ptss

Goede morgen meneer Akerboom.

Heeft u een goed weekend gehad? Of hebben de berichten in kranten en op social media, van en over uw (oud) collega’s, uw stemming dit weekend beïnvloed!

Hoe triest sommige verhalen ook waren was mijn stemming dit weekend best aardig te noemen. Dat best aardig komt doordat ik zag hoe massaal er door de burgers is gereageerd op alle berichten. Het voelde als erkenning en een hart onder de riem, zo fijn dat wildvreemde mensen de moeite nemen om even een goed woord te plaatsen onder de berichten.

Ook riepen alle berichten een hoop frustratie op bij lotgenoten. Collega’s, ja ook die van u, die door PTSS geveld zijn en in het zelfde schuitje zitten of dreigen te geraken. Frustratie, omdat wij sterk het gevoel hebben dat we afgedankt zijn of worden door één van de mooiste organisaties van Nederland. Een organisatie waarvoor wij ons voor 100% hebben ingezet, loyaal zijn geweest, onszelf hebben weggecijferd en jarenlang zeer emotioneel en zwaar werk hebben verricht die voor een normaal mens niet te bevatten zijn!

Hoe komt dat nu dat wij dit gevoel hebben? Ik heb er dit weekend menigmaal over nagedacht.

Vrijdagmiddag kwam ik thuis na een tweedaagse Paardencoaching georganiseerd door het BNMO. We waren met een mooie groep mensen. (Oud) dienders en oud militairen. Bijna allemaal vechten we tegen onze PTSS en de kameraadschap onderling is heel erg fijn om te mogen ervaren. Kameraadschap die ik alleen in Doorn en in diverse lotgenotengroepen voel. Kameraadschap voel ik niet vanuit de politie vandaan. Niet van mijn oud ploeggenoten, niet van mijn chefs, niet van mijn hoofden en eigenlijk nog het ergste, niet van u!

In mijn videoboodschap aan u  van afgelopen vrijdag, misschien heeft u hem ook daadwerkelijk bekeken, noem ik ons de ZWARTE SCHAPEN van de blauwe familie. Het omschrijft heel goed het gevoel van er niet meer bij horen!

Hoe kan het dat het lijkt of alles met betrekking tot PTSS binnen de politie zo moeizaam verloopt? Een simpel voorbeeld. In januari heb ik de kosten voor voer en verzekering voor mijn Buddyhond Jinke ingediend. Dit was van enkele maanden en was voor een bedrag van bijna 500 Euro. Tot op heden heb ik zelfs geen ontvangstbevestiging gehad en zag mij dit weekend dan ook genoodzaakt om een mail te sturen om mijn declaratie in behandeling te laten nemen. Wordt mijn declaratie binnen vijf werkdagen niet in behandeling genomen, zie ik geen andere mogelijkheid dan de politie in gebreken te stellen.  Weer een juridische procedure, niet omdat ik dat wil maar omdat het noodzakelijk is. 500 euro is voor mij heel veel geld!

1 maart j.l. ben ik met eervol ontslag gegaan. In oktober 2017 is deze datum vastgesteld met de garantie vanuit de politie dat zowel de aanvulling op mijn WIA uitkering geregeld zou zijn, alsmede het premievrij opbouwen van mijn pensioen. U raad het al, ook deze belofte is niet waar gemaakt. ABP is niet goed gegaan en moet er nu zelf achteraan. Niet erg, maar wel heel frustrerend, omdat mij dit geestelijk heel erg belast. Wat wel erg is is dat de APG niet geregeld is, in maart werd er niet uitgekeerd en dat leverde mij een financieel gat op van 400 euro. Of het deze maand wel geregeld is is nog maar de vraag. Dit levert stress op, want ook in mijn huishouden gaan de vaste lasten gewoon door en dienen wel op tijd betaald te worden. Stress maakt mij zieker dan dat ik al ben en werpt mij terug in mijn broze herstel.

Nu is er sinds kort een nieuwe commissie in het leven geroepen, deze heet “De commissie Buitensporigheid”! Een commissie die moet gaan bepalen of de door de politie erkende werkgerelateerde PTSS wel zodanig buitensporig is geweest dat de getroffen diender recht heeft op verhaal van restschade! Een commissie die wederom gaat vragen om een incidentenlijst. Een lijst die men ook al heeft moeten aanleveren om tot erkenning beroepsziekte te komen. Vijf jaar nadat bij mij werkgerelateerde PTSS is erkend, moet ik opnieuw voor deze commissie mijn trauma’s gaan oprakelen! Trauma’s die mij ongevraagd steeds in gedachte springen en mijn huidige leven bepalen, moet ik nu bewust gaan herbeleven. Ik moet dan ook nog een keuze gaan maken welke trauma’s ik ga opgeven, want het mogen er maar 5 zijn, terwijl ik er voor de 37 meest heftige onder behandeling ben geweest!  Is deze commissie in het leven geroepen door de politie vraag ik mij af, of is het de verzekeringsmaatschappij waar u uw aansprakelijkheidsverzekering heeft lopen die tot deze onmenselijke commissie heeft besloten?

Kan dit nu niet beter geregeld worden vraag ik mij dan hardop af! Ja, ik denk het wel, maar daar moet u wel voor open staan.

  1. Ga weer een gemeend menselijk gesprek aan met uw (oud) dienders met PTSS en kom niet alleen op de lijn als de wet Poortwachter hierom vraagt.
  2. Zorg dat de werkvloer bekend raakt met het fenomeen PTSS, te vaak horen we nog dat het maar een modeziekte is!
  3. Zorg voor preventie aan de voorkant van het probleem, als je eenmaal bent uitgevallen is er al teveel en in bijna alle gevallen onherstelbare schade aangericht!
  4. Duidelijke en eensluidende procedures.
  5. Termijnbewaking, zodat er geen juridisch gevecht hoeft te ontstaan.
  6. Zorg voor voldoende gemotiveerd, opgeleide en gekwalificeerde Case-Managers.
  7. Laat daadwerkelijk blijken dat u geeft om de dienders met PTSS en hun gezinnen.
  8. Samen in overleg over restschade ipv weer verschijnen voor een commissie en/of dure advocaten in de arm moeten nemen.
  9. Maak werk van een vorm van maatschappelijke erkenning, neem als voorbeeld de veteranen status bij defensie.
  10. Ondersteun zelfhulpgroepen zodat zij bij elkaar kunnen komen.
  11. Investeer in organisaties als het BNMO, zodat veel lotgenoten en hun gezinnen zich hier elkaar kunnen ontmoeten en mee kunnen doen aan activiteiten die bijdragen om beter met deze rot ziekte om te leren gaan.

U ziet het ideeën genoeg en wat zou het nu mooi zijn als u en een groep (ervarings)deskundigen dit kunnen gaan bewerkstelligen. Het hoeft echt niet moeilijk te zijn!

Ik hoop dat 2018 een jaar wordt waarin we echt menselijke stappen gaan maken in het PTSS dossier van de politie.

Hoogachtend,

 

Jacco Bezuijen

Mijn hart is niet van Steen!

Dat de communicatie tussen de korpsleiding en ziek personeel, ondanks de belofte op beterschap, nog steeds niet goed is wil ik graag de onderstaande tekst van een collega en lotgenoot, met jullie delen: 

Beste meneer Akerboom en Leijstra,

Aangezien u nu na 8 weken vanaf mijn eerste mail, inhoudelijk nog niet bent teruggekomen, neem ik de moeite terug te komen. Wel bijzonder, mijn klacht ging over niet serieus genomen worden door de organisatie, door beloftes en vooral niet reageren. Hoe wonderlijk, dat in ons mail contact, het zelfde gebeurt. Aanleiding, voor de moeite die ik neem, is dat ik dit weekend, geweldige collega ś heb mogen ontmoeten, mannen, vrouwen en hun partners, prachtige mensen, maar helaas ziek, net als ik. U kent beiden vast het spreekwoord, gedeelde smart is half smart of samen sterk, alhoewel die laatste opmerking voor velen niet meer van toepassing is, grote kerels en sterke vrouwen waar emotioneel en fysiek niets meer van over is, door hun aandoening, maar vooral de nasleep en het gevecht met de organisatie (niet gehoord worden en geen erkenning enz). Nu kan ik boos en gefrustreerd worden, maar dat is niet de strekking van mijn mail, ik heb namelijk nog een deel leven voor mij en weet u, er is mij al zoveel afgepakt (mijn eigenwaarde, doelen in mijn leven, sociale contacten, fysieke/mentale gezondheid) van nature was ik een positief mens en ik probeer het dus liefdevol te benaderen, van boosheid wordt je namelijk nog zieker. Ik ben dankbaar dat ik deze bijzondere, geweldige mensen heb mogen leren kennen en dat de BNMO dit voor mij heeft mogelijk gemaakt (zij mij wel erkennen en een gezicht geven) mijn buddy, haar stinkende best doet en dat ik er vrienden bij heb gekregen, ik ben niet meer alleen. Eerlijk is eerlijk de aanleiding is minder fraai te noemen of beter triest, te triest voor woorden.

Beste meneer Akerboom en Leijstra, dit gaat niet alleen om mij, dit gaat om vele collegaś die ziek zijn geworden omdat hun hart niet van steen was! en dat van u?

Met vriendelijke groet,

(Naam bij mij bekend)

Fijn zo’n Wellness Giftcard, Not!!!!

De Wellness Giftcard is een mooi geschenk om te krijgen. Heerlijk een dagje genieten van een dagje sauna.

Als je zoals in mijn geval, oud diender met PTSS, per dag moet bekijken of je wel instaat bent om je onder de mensen te begeven, kan het zijn dat zo’n cadeaubon een tijd in de kast blijft liggen. Nu kan ik nog legio andere zaken bedenken waarom je zo’n kaart pas na maanden eens gaat uitgeven, maar laat ik het even dicht bij mijzelf houden.

Vandaag is zo’n dag dat ik mij instaat voelde om de sauna te gaan bezoeken. De cadeaukaart opgezocht en op internet gekeken wat de waarde van de kaart was. “Deze kaart heeft zijn geldigheid verloren en is niet meer in te wisselen!” Vreemd dacht ik nog, want cadeaukaarten zijn toch veel langer geldig dan één jaar! Wettelijk gezien mag het toch niet meer om een cadeaukaart na een jaar al zijn geldigheid te laten vervallen!

Een zoektocht op internet leverde me de volgende informatie op:

  • een minimale geldigheidsduur (bij een besteedbare cadeaukaartis dat minimaal 3 jaar en bij een cadeaukaart in natura is dat minimaal 2 jaar)
  • binnen deze geldigheidsduur is gegarandeerd dat u de cadeaukaart kunt inwisselen
  • erkende cadeaukaarten worden getoetst op voldoende dekkingsgraad en solide exploitatie en bedrijfsvoering.

Algemene voorwaarden

De deelnemende cadeaukaartuitgevers hanteren voor hun cadeaukaarten, waarvoor het Keurmerk is verleend, algemene voorwaarden die u hier kunt downloaden.
Deze Algemene Voorwaarden Cadeaukaarten zijn tot stand gekomen in overleg tussen de Stichting Keurmerk Cadeaukaarten en de Consumentenbond en zijn exclusief en alleen van toepassing op Cadeaukaartuitgevers die deelnemer zijn van Stichting Keurmerk Cadeaukaarten.
De deelnemende cadeaukaartuitgevers vermelden deze algemene voorwaarden ook op hun eigen website.

Hoe herken ik het Keurmerk?

U herkent een cadeaukaart die voldoet aan de eisen van het keurmerk aan:

  • het keurmerk logo op de cadeaukaart en/of op de verpakking van de cadeaukaart
  • het keurmerk logo is vermeld op de website van de betreffende cadeaukaart

Het keurmerk mag alleen gebruikt worden door cadeaukaarten die vermeld staan op deze website bij Erkende Cadeaukaarten.

Bron: (Stichting Keurmerk Cadeaukaarten)

Vol goede moed de klantenservice van www.wellnessgiftcard.nl gebeld er kan toch wel wat geregeld worden, want 50 euro die de kaart waard is is toch niet zomaar ongeldig! Nee hoor, er kan niets worden geregeld en zoals bij ieder gerenommeerd callcenter kan de medewerkster mij niet doorverbinden naar de afdeling die hier over gaat en ook een supervisor kan niet aan de lijn komen om me te woord te staan. Ik mag wel een mail sturen om mijn klacht voor te leggen. Daar heb ik vandaag natuurlijk helemaal niets aan, want juist vandaag voelde ik me instaat om naar de sauna te gaan. Instaat ja, maar dat is door dit telefoongesprek alweer omgeslagen naar vandaag toch maar even niet!

Boos en gefrustreerd de telefoon opgehangen en er een boze Tweet de wereld ingestuurd. Toch nog maar eens verder gezocht op internet en wat ik al vermoedde www.wellnessgiftcard.nl heeft helemaal geen keurmerk! Dit bedrijf kan schijnbaar maar doen wat ze willen, omdat zij zich niet willen conformeren aan gangbare en faire regels en wetgeving omtrent cadeaukaarten!

Hoeveel mensen zullen er wel niet zijn die door deze werkwijze gedupeerd zijn en nog worden? Hoeveel geld verdwijnt er in de zakken van een organisatie als www.wellnessgiftcard.nl?

Vandaag blijf ik maar thuis en gaat mijn vrouw met mijn buurvrouw naar de sauna!

Bedankt www.wellnessgiftcard.nl voor jullie klantvriendelijkheid en het verpesten van mijn dag die vanmorgen zo goed begon!

Fijn ik heb een eigen mening!

Het is al weer even terug dat ik mijn gedachten op papier heb gezet. Niet zozeer omdat ik niet wist wat ik moet schrijven, maar meer de manier waarop ik nu kan en mag schrijven!

Als politieagent kan en mag je niet altijd verwoorden hoe je persoonlijk tegen sommige zaken in de maatschappij aankijkt. Ik heb dat nooit echt als storend ervaren, de politie is waakzaam en dienstbaar aan alle burgers in Nederland en daarom behoor je als diender je ook neutraal op te stellen.

Of je nu als politieagent het wel of niet eens bent met de reden waarom een demonstratie gehouden wordt, je wordt ingezet om de rust en veiligheid te bewaren en dat doe je dan ook Blokkades van belangrijke objecten zullen worden opgeheven om de veiligheid van de maatschappij te waarborgen, ook al ben je het nog zo eens met de actievoerders, je eigen standpunt in deze doet er dan niet toe!

Sinds een week ben ik, na een eervol ontslag op medische gronden, weer burger en heb plots weer de vrijheid om mijn eigen mening te ventileren. Fijn zou je denken, schreeuw het maar van de daken! Maar zo eenvoudig is het niet. Zie het als dat je heel streng bent opgevoed en plots te horen krijgt dat de strengen regels opeens voor jou niet meer gelden. Wat doe je dan, sla je door, neem je het ervan of blijf je de regels die je altijd een vaste en veilige basis hebben gegeven trouw?

Door mijn PTSS neig ik heel sterk naar het eerste, het doorslaan! Maar weet me dan altijd weer gered door het stemmetje die me nog even op de regels van mijn strenge opvoeding wijst.

Fijn ik heb een eigen mening, maar wat ga ik er in de toekomst mee doen?

Overdaad schaadt!

Toen ik solliciteerde om politieagent te worden was ik vijfentwintig jaar oud. Ik was mij bewust van het feit dat een baan bij de politie gevaren met zich mee bracht, maar mijn drive om wat voor onze maatschappij te betekenen was zo sterk dat ik dat risico wilde nemen.

In de opleiding tot agent werd meer dan voldoende aandacht besteed aan zelfverdediging, aanhoudingstechnieken en de schietopleiding. Toen ik in juli 1996 werd geplaatst in Barendrecht was ik dan ook van overtuigd dat ik mijn mannetje kon staan als het erop aan zou komen.

Gaande weg de eerste maanden rees er een volgende vraag. “Hoe ga ik reageren op mijn eerste dode persoon?” , die er zeker zou gaan komen! Het werd een soort van competitie met een collega van me die een maand of twee eerder van de opleiding was gekomen en hier ook nog niet mee te maken had gehad. We baalde ervan als we er achter kwamen dat in de tijd dat wij vrij waren er een lijkvinding was geweest en wij deze gemist hadden.

Na enkele maanden was het dan zover, ik kreeg mijn eerste lijkvinding! Details zal ik u besparen, maar spannend vond ik het wel. Dat je niet kon praten over je gevoel en dat je gewoon weer verder moest zonder echt uit te kunnen spreken hoe je je voelde leerde ik ook die dag. De dood hoort bij het vak, net als een kop koffie bij het begin van de dienst. Er bestond toen nog geen opvang na een schokkend incident en verwerkte je alles wat je meemaakte op een manier waarvan je dacht dat het goed voor je was. In mijn geval was dat zwarte humor. Niet door iedereen aan het bureau gewaardeerd, maar voor mij werkte deze manier van “Verwerken”!

Rond de eeuwwisseling werd ons district samen gevoegd met die van Rotterdam Zuidplein en ik moest uit mijn vertrouwde dorp weg om in één van de heftigste wijken van Rotterdam mijn werk te gaan doen. Ik herinner mijn eerste dienst aan dit bureau nog goed, ik trof mijn eerste vuurwapen slachtoffer. In de wijken op Zuid waren dit “Normale”, meldingen en ook hier hield mijn zwarte humor mij op de been, althans dat heb ik een tijd lang gedacht! Na enkele jaren, vele slachtoffer van geweld werd ik getroffen door een zware Burnout, of was er toen al spraken van PTSS!

Ik krabbelde zo goed en kwaad als het ging weer op en ging op dezelfde voet verder, er was niemand die tegen mij zei dat het anders moest. Men vond de clown Jacco wel leuk en ik vermaakte iedereen wel met mijn galgenhumor!

In 2007 werd ik aangenomen bij de verkeerspolitie in Rotterdam, een bewuste keuze, omdat mijn kinderen op een bekeuringsgerechtigde leeftijd kwamen en zo ook hun vriendjes. Als pa één van deze vriendjes een bon gaf, dan kregen mijn kinderen daar last mee, we woonden immers op hetzelfde dorp als waar ik veel werkte. Het was dus tijd om te verkassen.

Het werk bij de verkeerspolitie trok mij wel, begeleidingen van het koningshuis, verkeerscontroles, videosurveillance, begeleiden van spelers en supporters van vele nationale als internationale voetbalclubs en hele dagen op de motor surveilleren. Zo nu en dan reden we een spoedtransport en wat was dat geweldig om te doen! Het begeleiden van een ambulance naar een ziekenhuis door een haag van collega’s die alle kruisingen op onze route voor ons hadden afgezet!

Mijn eerste jaar bij de verkeerspolitie sloot ik af zonder ook maar één dag ziek te zijn geweest. Het werk voelde als stressvrij en ik kwam het eerste jaar 12 kilo in gewicht aan. Dat was geen probleem, want van 67,5 kilo naar bijna 80 kilo is voor iemand van 1,79 meter niet schokkend!

In 2008 werd besloten dat de verkeerspolitie in Rotterdam alle aanrijdingen met letsel en dodelijke afloop in de gehele regio moesten gaan afhandelen. Als selecteurs reden wij in een mooi opgetuigde bus van aanrijding naar aanrijding de gehele regio door. Ter plaatse was aan ons de taak om vast te stellen of het letsel langer dan zes weken zou duren om te genezen, was dat het geval dan namen wij het opnemen van de aanrijding van de collega’s uit het district over. Hoeveel keer ik vanaf die tijd op de spoedeisende eerste hulp van een ziekenhuis ben geweest is niet meer te tellen, ook de keren dat ik aanwezig ben geweest voor een schouw van een lichaam in het mortuarium zijn bijna niet meer te tellen.

Welke impact dit op mijn geestelijke gezondheid had wil ik nu niet te diep op ingaan, omdat er dan teveel beelden uit die tijd naar boven komen, beelden die ik liever zo diep mogelijk weg wil stoppen.

Na een melding werden wij gebeld door het Team Collegiale Opvang of ze kwamen aan het bureau. Er werd dan gevraagd hoe het met je ging, als je meldde dat het goed met je ging en de aanrijding je niets deed, dan was daarmee de kous en kon je weer verder met je werkdag. Bij de verkeerspolitie was praten over je gevoel al helemaal not done! Het werd gezien als zwakte en als je toch aangaf dat een melding je niet lekker zat dan was een veel gehoorde opmerking “Je kan altijd nog dameskapper worden hoor!”  dus hield je maar je mond.

In maart 2013 werd ik door de realiteit ingehaald en viel uit, nu niet met een burnout maar met werkgerelateerde PTSS!

Hadden mijn chefs en mijn collega’s kunnen merken aan mij dat het het steeds slechter met me ging? Hoewel ik tot mijn laatste werkdag de clown bleef spelen, hadden zeker mijn chefs kunnen opmerken dat ik niet meer de Jacco was van voor 2008. Ik ben van huis uit een volger en deed wat me werd opgedragen. In mijn laatste jaar ging ik steeds meer de confrontatie zoeken met mijn chefs, om de kleinste dingen kon ik boos worden. Ik meldde mij steeds vaker ziek voor kleine dingen en probeerde mij zoveel mogelijk te onttrekken aan het werk van selecteur van aanrijdingen! Als het maar even kon schoof ik zaken af naar anderen, ik kon het gewoonweg niet meer verwerken!

Had mijn ziek worden voorkomen kunnen worden? Daar durf ik eigenlijk geen antwoord op te geven. Ik zie wel dat als ik naar lotgenoten kijk, wij allemaal een zelfde type mens zijn. We zijn loyaal, kunnen geen nee zeggen en doen nooit een stap terug! Voor de Nationale politie zijn wij de perfecte dienders. Vraag ons om te springen en wij vragen hoe hoog!

Wat ik wel weet is dat ik, achteraf gezien, meer behoefte had gehad aan aandacht van het  TCO, niet direct na een aanrijding, maar één of twee dagen later. “Hoe was je nacht? Ben je er nog mee bezig geweest?” zijn de vragen die ik had gewild dat ze me gesteld waren. Dat ik mij vrij had gevoeld om mijn echte gevoel bij de psycholoog, waar wij ieder jaar een uurtje heen mochten, had durven uiten. Helaas was het gevoel dat wij daar vrij uit konden praten ernstig beschadigd, doordat gesprekken herleidbaar naar collega’s in een rapport op de koffietafel waren komen te liggen.

En als laatste punt is misschien wel het meest cruciale punt, kan je een groep van nog geen vijftig man/vrouw alle aanrijding met letsel in de hele regio laten behandelen! Gemiddeld zijn dit 400 ernstige aanrijdingen in een jaar waarvan gemiddeld 10% overlijden door de aanrijding. Of moeten we weer terug naar de situatie van voor 2008, waar de last van dit zelfde aantal aanrijdingen werd verdeeld gaat over de gehele regio, zo’n 3500 man/vrouw! Ik begrijp als ik dit zeg ook, dat de kwaliteit van de proces-verbalen dan ook weer hard achteruit zal hollen en er dan soms ook helemaal niets op papier gezet gaat worden en dat daar slachtoffers dan weer de dupe van worden! Dit is ook de reden geweest waarom de verkeerspolitie dit toen der tijd op zich is gaan nemen.

Het doet mij pijn om te zien dat met mij in 2013 nog zes collega’s  van de verkeerspolitie met PTSS zijn uitgevallen! Ook het feit dat het ziekte verzuim heden ten dage nog steeds met gemiddeld 10,2% de hoogste van de regio is doet mij zeer. Het zegt veel over de zwaarte over het werk wat wij hebben gedaan, werk waar wij niet voor hebben gekozen tijdens onze sollicitatie bij de verkeerspolitie, maar er als extraatje bijkwam in 2008!

Er moet worden nagedacht over hoe de collega’s die nog iedere dag van zware aanrijding naar zware aanrijding rijden, psychisch het beste kunnen worden ontlast en bijgestaan. Een maximale plaatsingstermijn van vijf jaar lijkt mij het meest logische, maar door opleidingskosten van meer dan 100.000 euro per diender lijkt dit qua bedrijfsvoering, financieel niet het meest logische om te doen! Ondervang dit dan met een diepgaand psychologisch onderzoek na vijf jaar dienstdoen bij de verkeerspolitie. Aan de hand van dit onderzoek kan men beslissen of je het nog aankan of beter terug kan het district in.

Ik heb begrepen dat de vrijheid om over je gevoel te praten steeds meer geaccepteerd wordt bij de verkeerspolitie, een goede ontwikkeling. Ik hoop van harte dat deze stijgende lijn zich blijft voortzetten en veel meer collega’s bespaart blijven van een PTSS!

Of het allemaal niet moeilijk genoeg is!

Na jaren van incident naar incident te zijn gelopen en de meest afschuwelijke beelden op je netvlies te hebben gekregen, kom je er achter dat het niet meer gaat. Wat je nog nooit hebt gehad gebeurd, je ziet alle incidenten weer voor je, alsof je er op dat moment weer bij bent. Wat je ook probeert die beelden zijn niet te stoppen en komen als een stortvloed over je heen. Je wordt bang en schrikkerig, durft je deur niet meer uit omdat je overal gevaar ziet. Slapen doe je niet meer omdat je bang bent voor alles wat je gaat zien tijdens je slaap.

De stap naar de bedrijfsarts is groot, want je was nooit ziek en je wilt zeker niet het label van aansteller krijgen, want een politieagent is geen aansteller. Voor het eerst krijg je te horen wat er waarschijnlijk met je aan de hand is, PTSS!
Na een verwijzing wordt je opgeroepen om je op PTSS te laten testen bij het PDC in Diemen.
Wat een zware dag maak je daar door. Door een psychiater en psycholoog wordt je helemaal doorgezaagd. Alle meldingen die door je hoofd spelen komen moet je op tafel gooien. Meerdere malen wordt het je allemaal teveel en begin je ongecontroleerd te huilen. Maar je moet door, alles moet eruit, hoe zwaar ook.

Dan, aan het eind van deze martelgang krijg je de uitslag, je hebt “Werkgerelateerde PTSS”. Fijn dat het monster een naam heeft en fijn dat je daarvoor onder behandeling mag, wat je nog niet weet is wat er allemaal nog gaat komen. Zware medicijnen, zware therapie sessies en diepe dalen die wel bodemloze putten lijken.

Behandeling van PTSS is zwaar maar er komt nog iets bij wat het allemaal nog moeilijker voor je maakt. Naast het gevecht om proberen beter worden of leefbaar te maken van je PTSS moet je nog een andere strijd voeren en dat is de strijd tegen je werkgever!

Van het onderzoek en de uitslag van het PDC krijg je een afschrift waar duidelijk in staat vermeld dat je PTSS hebt opgelopen tijdens je werk. Helaas wordt er niet bij vermeld dat jezelf dit rapport moet insturen naar je werkgever met het verzoek om je een erkenning beroepsgerelateerde PTSS toe wijzen. Je erkenning is belangrijk omdat je hier veel rechten aan kan ontlenen. Als je dit verzoek dan uiteindelijk hebt gedaan, moeten er veel papieren worden ingevuld. Het moeilijkste onderdeel aan je erkenning aanvragen is dat je een incidentenlijst moet gaan samenstellen met minimaal vijf incidenten waardoor je PTSS hebt opgelopen! Je vraagt je af waarom je dit moet doen, omdat je al deze incidenten ook al bij de psychiater en psycholoog van het PDC hebt verteld en ze daar in het rapport zijn opgenomen. Maar zonder lijst geen erkenning, dus begin je alles maar weer op te rakelen. Het gevolg is dat je dagen helemaal van het padje bent en je herbelevingen zich in een niet aflatende stroom bagger over je heen komt.

Nadat alles is ingeleverd wordt je aanvraag beoordeeld door een commissie van wijze mannen, die als ze het nodig vinden je oplaten draven om nog eens toelichting te komen geven, alsof ze willen zien of je echt wel zo slecht eraan toe bent als de artsen in hun rapporten over je zeggen!

Dan is het wachten op een beslissing van deze wijze mannen, vaak moet je nog een ingebrekestelling de deur uit doen, omdat men zich niet aan het termijn van acht weken om te reageren kan of wil houden. Juist door dit soort tekortkomingen van de baas, raak je meer en meer gespannen omdat je hoofd al vol zit met monsters en dit soort ziekmakende stress er niet bij kan hebben.

Casemanagers  moeten je hierin bijstaan, maar door het vele wisselen van deze managers, omdat ook voor hun de werkdruk enorm hoog is, is er weinig tot geen knowhow. Alles wat je aan hulp vraagt moet vaak eerst worden uitgezocht, omdat ook zij niet weten hoe zaken geregeld zijn. Weten ze dan eindelijk hoe zaken geregeld moeten worden, wordt er van hogerhand de spelregels weer eens aangepast. Het word je als PTSS-er steeds moeilijker gemaakt om hulp of je recht te halen bij de werkgever. Over indienen van medischekosten die niet vergoed worden door het ziekenfonds, wordt heel moeilijk gedaan. Medewerkers van deze afdeling gaan op de stoel van een arts zitten en beslissen dat een medicijn die je gebruikt niet voor behandeling van je PTSS is,  of medische stukken willen hebben terwijl ze weten dat alleen een bedrijfsarts die mag opvragen en inzien. Bij niet overleggen van de stukken volgt er ook geen uitkering van de onkosten. Er zijn lotgenoten die al maanden, zelfs jaren wachten op uitkering van dit soort kosten, ziek(er) word je ervan!

Ben je net als mij zover dat je op medische redenen met “eervol ontslag” ga, dan wil je aanspraak maken op vergoeding van restschade. Schade die ontstaat door je ontslag, bv je pensioenopbouw, loonderving, mislopen promotiekansen, vakantiegeld en dertiende maand. Afgelopen jaar heeft de werkgever besloten om dit zodanig ingewikkeld te maken dat hij waarschijnlijk heeft gedacht dat er dan minder restschade claims zouden worden ingediend. Alle restschadezaken die na 2015 zijn of worden ingediend liggen op de plank. Tot nu toe heb ik zelf niet eens een ontvangstbevestiging gehad dat mijn aansprakelijkheidstelling,bij hun is binnen gekomen, terwijl de aansprakelijkheidstelling al in oktober 2017 is ingediend. Wederom heb ik mijn werkgever in gebreken moeten stellen, als er over een week geen reactie komt gaat hierdoor ook een dwangsom inwerking worden gesteld.   Niet nodig en zonde van al het gemeenschapsgeld, maar helaas wel nodig om zaken af te dwingen!

Nu zul je je afvragen waarom een aansprakelijkheidstelling voor de restschade indienen want je hebt je erkenning beroepsziekte toch al! Daarmee heeft de werkgever toch al gezegd dat het door het werk komt! Heel goed gezien, ik begrijp dat dus ook niet! En weet je, mocht mijn aansprakelijkheidstelling in behandeling worden genomen, moet ik weer een incidentenlijst gaan overhandigen, weer terug met mijn gedachten naar allee ellende. Je mag weten ik ben daar nu al erg van over mijn toeren, alleen al bij het idee dat ik er weer doorheen moet!

Mijn verhaal staat niet op zichzelf, tientallen collega’s met PTSS vechten al jaren met de werkgever om zaken voor elkaar te krijgen, zaken waar we recht op hebben maar deze niet of moeizaam krijgen. Het is lastig om te zien dat een organisatie het zo laat afweten en willens en wetens zo met onze gezondheid omgaat. Door de houding van de werkgever zijn wij of worden wij zieker dan nodig was of is.

Wij, die altijd vooraan hebben gestaan! Wij die altijd klaar stonden voor de maatschappij! Wij, die een ander zijn veiligheid boven onze eigen veiligheid stelden!  Wij, die vooruit stapten waar een ander een stap terug deed! Wij voelen ons het zwarte schaap van de blauwe familie, uitgekotst, afgedankt en vergeten. Ik vraag me steeds af waaraan wij, Politieagenten met PTSS, dit verdiend hebben!

Stichting Gebruikers Assistentiehonden

Op 14 juni 2016 is het VN-verdrag voor mensen met een handicap inwerking getreden. In deze wetgeving is een amendement opgenomen voor mensen met een assistentiehond. Artikel 2 lid 1 regeld het toelaten van assistentiehonden en zegt dat mensen met een handicap of chronische ziekte, vergezeld door een assistentiehond deel moeten kunnen nemen aan de maatschappij.

Er moeten wel heel ernstige bezwaren zijn om mensen met een assistentiehond te weren uit winkels, taxi’s, restaurants, bioscopen, theaters, dierentuinen of gezondheidsinstellingen. Zo’n ernstig bezwaar kan een afdeling van een ziekenhuis zijn waar mensen worden verpleegd die eer vatbaar zijn voor ziektekiemen.

Er heerst nog veel onbekendheid over deze wetgeving. Vaak door onbekendheid worden assistentiehonden ten onrechte geweigerd. Restauranteigenaren die geen honden binnen willen en zeggen dat dit is omdat dit van de voedsel en warenwet niet mag bijvoorbeeld, hebben ongelijk. Zelfs een openkeuken is geen reden om een assistentiehond niet toe te laten. Taxichauffeurs die geen assistentiehonden willen vervoeren omdat zij geen haren in hun auto willen, gaan hun boekje te buiten. Supermarkten die weigeren een assistentiehond binnen te laten omdat er levensmiddelen binnen zijn, mogen dit niet.

Als gebruiker van een assistentiehond wil je heel graag, net als ieder gezond ander mens, meedraaien in de maatschappij en niet afhankelijk te hoeven zijn van anderen. Een weigering om ergens binnen te komen voelt als niet volwaardig zijn, je gestraft voelen omdat je een handicap hebt.

Stichting Gebruikers Assistentiehonden bemiddeld tussen gebruikers en bedrijven of instellingen die assistentiehonden en hun baasjes weigeren. Vaak na een goed gesprek en duidelijke uitleg over de wetgeving draaien zij bij en zijn hierna de gebruikers wel welkom. Maar er is nog heel veel werk te verzetten om iedereen op de hoogte te brengen van deze wetgeving.

Vrijdag ben ik zelf met mijn PTSS Buddyhond mee geweest voor een schouw in Krimpen aan den Ijssel. Samen met Stichting Gebruikers Assistentiehonden en enkele politici zijn wij overheidsgebouwen en gezondheidsinstellingen afgegaan om te testen of en in hoeverre wij met een assistentiehond welkom zijn. Krimpen aan den Ijssel is een gemeente waar wij bij alle instellingen welkom zijn. Soms dacht ik dat er wat gezegd zou gaan worden, maar als men eenmaal door had dat het om een assistentiehond ging waren wij meer dan welkom.

Dit soort schouws is heel belangrijk en er zullen er nog vele gaan volgen. Ook blijft het nodig om de wetgeving aangaande assistentiehonden onder de aandacht te blijven brengen, er is nog veel onduidelijkheid.

Heel jammer is het dat er instellingen zijn die weten dat deze wetgeving er is, maar zich er niets van aantrekken. Zo is er een grote dierentuin in Rotterdam die blijft weigeren assistentiehonden toe te laten en hier ook niet of moeizaam over in gesprek wilt gaan. De grote dierentuin in Amsterdam is uiteindelijk wel overstag gegaan en laat nu assistentiehonden wel toe. Het is niet uit te leggen of te begrijpen waarom een dierentuin in bijvoorbeeld Amersfoort nog nooit een probleem heeft gemaakt van honden in het algemeen in hun park en deze zeer welkom zijn en een ander zegt dat de gezondheid van hun dieren niet te waarborgen valt.

Er valt nog veel te verbeteren en ik heb besloten om mij dit jaar als vrijwilliger in te gaan zetten voor de Stichting Gebruikers Assistentiehonden.

Wil je meer weten over deze stichting : http://stichtinggebruikersassistentiehonden.nl

Heinenoordtunnel

Wat is het toch fijn om ’s-Avonds als er bijna niemand op straat is er met mijn camera eropuit te trekken. Gisteren avond samen met collega en lotgenoot Bas naar Ridderkerk getogen om plaatjes te schieten.

 

Eigenlijk was deze avond niet gepland en kwam de afspraak op het laatste moment tot stand. Vlug de camera en lenzen gepakt. Camera gecontroleerd en zag dat ik één lege accu had en de tweede was vol, dus daar moest ik het wel mee gaan redden, helaas dacht de kou daar iets anders over. Na een uurtje bezig te zijn geweest vond de accu het wel welletjes en met een korte melding “Accu leeg” werd mijn beeldscherm zwart en was mijn avond fotograferen over.

Samen met Bas ons geplande rondje afgemaakt, tips and tricks gegeven over instellingen en nog even als model mogen fungeren. Dat laatste werd ook opgemerkt door de tunnelwachter van de Heinenoordtunnel. We hoorden al een tijdje een zoemend geluid uit de tunnel komen. Dan was het weer even stil om vervolgens weer een kort zoem te horen. Als PTSS-er vallen dit soort zaken extra op, omdat we altijd alert en waakzaam zijn. Toen kreeg ik de beveiligingscamera’s boven ons hoofd in de gaten. Als we een stukje verplaatsten, dan bewoog de camera met ons mee. We lachten de spanning ervan af en zwaaide naar de camera en het mooie was dat de camera naar ons terug zwaaide. Zullen ze op de meldkamer van Rijkswaterstaat om ons gelachen hebben?

Nieuwe deur openen

Een nieuw jaar is weer begonnen en dit wordt een jaar met de nodige veranderingen. De grootste verandering wordt het feit dat ik na 23 jaar in maart opeens weer burger ben. Helaas houdt mijn jongensdroom dan op en moet ik afscheid gaan nemen van mijn werk bij de politie. Maar waar er deuren sluiten gaan er ook weer deuren open, hoor ik veel mensen tegen mij zeggen!

Deuren gaan niet vanzelf open en ik zal deze zelf moeten doen. 2017 was een jaar van berusting, het ontwikkelen van een positieve kijk op mijn PTSS. Wat kan ik niet en wat kan ik nog wel? Waar vind ik rust en wat maakt mij gelukkig? In 2017 kwam ik erachter dat ik heel veel behoefte aan rust en stilte nodig heb. De rust en stilte vond ik in Zweden en Oostenrijk, oorverdovende stilte mag ik wel zeggen. Het op een grote rots midden in de wildernis van Zweden zitten en me beseffen dat er buiten de wind en de vogels om mij heen, totaal geen storende geluiden zijn. Door deze rust werd mijn PTSS niet geprikkeld en voelde ik mij voor het eerst sinds vele jaren weer echt gelukkig, een gevoel die me de nodige tranen van geluk heeft opgeleverd.

In 2016 heb ik geprobeerd een deur te openen. Na een toelatingsexamen bij Nederlands beste fotografie opleiding, werd ik aangenomen op de vakopleiding van de Fotoacademie in Amsterdam. In fotografie ligt mijn passie en kan daar heerlijk mijn hoofd mee leeg maken. Helaas bleek ik te vroeg in mijn herstelproces een nieuwe deur te hebben geopend. De opleiding kostte, hoewel ik er maar één dag in de twee weken heen ging, mij geestelijk te veel energie. Ik kon alleen nog maar aan foto’s en opdrachten denken en raakte daardoor weer steeds dieper in de donkere krochten van mijn PTSS verzeild! De opleiding heb ik na drie maanden vaarwel moeten zeggen, de maanden daarna heb ik het gevoel van falen gehad, ook dit kon ik dus niet! Gelukkig drongen de woorden van mijn vakdocent Milan Gies pas later goed tot mij door. “Met of zonder academie, jij komt er wel!” waren zijn mooie woorden bij het afscheid nemen van mijn klas.

Na lang na te hebben gedacht, alle voors en tegens te hebben afgewogen, ga ik een nieuwe deur openen. Wat deze nieuwe doorgang mij gaat opleveren weet ik nog niet, maar het wordt een combinatie van het opzoeken van stilte en deze stilte vast te leggen in woord en beeld. In maart ga ik samen met mijn buddyhond Jinke, mijn camera en pen en papier, aan een reis naar zuid Europa beginnen. Drie weken ga we naar Spanje om daar op zoek te gaan naar de stilte die ik ook in Zweden en Oostenrijk heb mogen ervaren.

Om mijzelf geen druk op te leggen ga ik na de reis bekijken wat ik met alle verhalen en foto’s ga doen.  Het zou zo maar eens mijn derde boek kunnen gaan opleveren.

Niet zo lang geleden dacht ik nog hetzelfde als u!

Wat ben ik blij dat we oudejaarsavond niet thuis zijn geweest en de rust in de Noord-Hollandse polder bij vrienden hebben opgezocht.

Jaren lang ben ik een voorstander geweest van het consumentenvuurwerk. Het overlastmeldpunt vuurwerk van Groen Links vond ik maar gezeur van fanatieke milieufreaks. Ik kon mij niet ergeren aan het feit dat al vanaf begin november de jeugd vuurwerk afstak, ik ben ook jong geweest! Het afsteken van vuurwerk op de tijden dat het nog niet mag is spannend en wat heb ik soms moeten rennen om boze buurtbewoners of erger de politie van mij af te schudden. Het was gewoon een geweldige tijd die hoorde bij het volwassen worden, het besef hebben dat mensen er echt last van kunnen hebben kwam pas veel later.

Vuurwerk triggert mijn PTSS niet, ik heb geen PTSS opgelopen door geweldsincidenten en kom hierdoor redelijk door de December maand heen. Sinds anderhalf jaar heb ik Jinke mijn Buddyhond. Jinke is mijn rots in de branding en als ik het op straat of in een winkel moeilijk heb is ze er voor mij. Ze heeft me ontelbare malen gekalmeerd op plekken waar ik mij onveilig en angstig voel. De laatste twee dagen van het jaar zijn de rollen omgedraaid, door de vele knallen van vaak illegaal vuurwerk, is Jinke zo gespannen en angstig dat zij niet meer in staat was om haar werk voor mij te doen. Van helpende werd zij hulpbehoevend en moest ik haar kalmeren in plaats van andersom, zodoende kwam ik ook niet tot nauwelijks buiten.

Mijn wens voor 2018 is dat de politiek de verkoop van consumentenvuurwerk aan banden gaat leggen of geheel gaat verbieden en dat gemeentes hiervoor mooie vuurwerkshows gaan organiseren. Ook het bezit en invoer van het illegale vuurwerk mag van mij nog zwaarder worden bestraft.

Ja, hier spreekt heel veel eigenbelang uit en veel mensen zullen het niet met me eens zijn. Wat ik tegen deze mensen wil zeggen is: “U heeft “helemaal gelijk, niet zo lang geleden dacht ik nog hetzelfde als u!”

Enjoy this blog? Please spread the word :)