Maand: december 2018

Verdacht

Maandagavond 21:10 uur was het zover, de teevee première van de docu Verdacht. Een docu die etnisch profileren en politiegeweld door de Nederlandse politie aan de kaak stelt.

“Besef dat je spreekt, wanneer je spreekt, vanuit de geprivilegieerde positie van een witte man, onderdeel van een dominante meerderheid. Weeg je woorden zorgvuldig.” Werd mij op mijn hart gedrukt door een Amsterdamse wijkagente, toen ik na de uitzending aangaf de uitzending eerst te laten bezinken om vandaag met mijn zienswijze op de docu te komen. In de afgelopen maanden heb ik mij in een aantal blogs en vele tweets regelmatig kritisch uitgelaten over het fenomeen etnisch profileren. Deze blogs leverde mij complimenten, maar zeker ook kritiek op, iets wat ik had verwacht en gehoopt. De blogs laten mijn persoonlijke kant zien, mijn ervaringen als agent met dit onderwerp. Ik ben in mijn carrière politieagent voor iedereen geweest zonder mij te laten leiden door welke kleur dan ook. Als iemand, in dit geval een witte wijkagente, denkt dat ik mijn woorden moet aanpassen omdat ik een witte man met privileges ben dan kan ik je vertellen dat ik daar geen rekening mee houd. Iedereen is voor gelijk, ik neem jou zoals je bent en verwacht dat ook terug. Dit is altijd zo geweest en daar verandert een docu niets aan.

De docu Verdacht heeft indruk op me gemaakt. Door de verhalen van enkele geïnterviewde kreeg ik plaatsvervangende schaamte. Dat wat zij hebben meegemaakt aangedaan door mijn eigen collega’s  is niet te geloven. Ik hoop dan ook oprecht dat het recht voor hen zal zegevieren.

Wat mij in enkele verhalen opviel was dat er bepaalde zaken zijn weggelaten. In het verhaal van de rapper ontbrak de aanleiding tot het duw en trekwerk. Hij moest achter de politie aanrijden en wat er vervolgens is gebeurd is is mij niet duidelijk geworden.

De man met de vlechten zegt in zijn interview geen flauw benul waarvoor hij uit zijn auto moest komen en gefouilleerd werd, maar heeft in het begin gezegd dat de agenten zeiden met een preventief fouilleringsaktie bezig te zijn.

In de verhalen kon ik niet opmaken, buiten die van het kasteel en de dijk dan, waar de personen zijn gecontroleerd. In welke steden, welke wijken. Ook kon ik niet opmaken of voor er staande houding had plaatsgevonden de kentekens van de auto’s zijn nagelopen en de antecedenten van de kentekenhouders zijn gecontroleerd. Hele belangrijke gegevens die kunnen duiden waarom een persoon zou moeten worden gecontroleerd.

De docu laat goed de frustratie zien van de geïnterviewden, frustratie die ik me kan voorstellen als je zo vaak gecontroleerd wordt. Dat het beter kan en moet ben ik het ook eens. Ik denk dat de politie op de goede weg is met voorlichting aan de collega’s  over dit onderwerp.

Als afsluiter wil ik zeggen dat er inderdaad enkele Haantjes bij de politie werken. Mannen en vrouwen die kort voor de kar staan en altijd in de problemen komen met de burger. Van deze collega’s heeft de rest op straat last, want de optredens door deze Haantjes blijven bij de omstanders in hun geheugen hangen. Andersom is dit hetzelfde. De petjes en bondkraagjes die iedere gelegenheid aanpakken om rottigheid te schoppen, lak hebben aan de regels en niet te hanteren zijn, ziet de burger op social media met grote regelmaat voorbij komen. Wil dat zeggen dat alle agenten slecht zijn, wil dat zeggen dat alle petjes en bondkraagjes slecht zijn.

De docu geeft met een bewust éénzijdige kijk misstanden bij de politie weer, maar zegt niet dat alle agenten zo te werk gaan. Twitter gaat vervolgens los op het racistische Nederlandse politieapparaat, onterecht in mijn ogen.

In de uitzending heb ik veel ware en rake woorden gehoord, maar die van Jurgen Rayman sprak mij het meeste aan. “Je kiest erzelf voor om je racistisch bejegend te voelen!” (ik hoop dat ik hem juist citeer)

De politie profileert dat is een feit en is onderdeel van het werk. Dat een miniem deeltje van alle agenten dit op huidskleur doet is ook een feit en dat noemt men etnisch profileren en hoort niet bij een professional. Een van de geïnterviewde merkte op dat hij zich ook regelmatig laat leiden door vooroordelen, menselijk maar van een agent mag je meer verwachten dan dat.

Wat ik van de uitzending heb opgestoken is dat ik teveel van mijn eigen werkwijze ben uitgegaan, dat er rotte appels bij de politie werken die weldegelijk etnisch profileren en dat we daar wat mee moeten.

Jacco Bezuijen

Was ik een racistische politieagent?

Als oud politieagent heb ik in veel wijken van Rotterdam en omstreken mogen werken. Twaalf jaar heb ik gewerkt op Rotterdam Zuid, waarvan de meeste jaren in het dorp waar ikzelf nog steeds woonachtig ben.


Ik ben van de generatie agenten die geworven zijn met de slogan “Als je mond het beste wapen is!” een slogan die ik als agent in mijn eigen dorp als handvat heb gebruikt. Boetes schrijven deed ik weinig, volgens mijn baas te weinig, ik loste het vaak pratend op. Letterlijk en figuurlijk zat ik tussen de jeugd van mijn dorp in. Ik wist wat er speelde, wie deed wat, wie sloopte de boel, wie had er met wie ruzie, wie zorgde ervoor de cocaïne, pilletjes, speed en weed! De jeugd wist wat ze aan me hadden, afspraak is afspraak en pis je naast de pot ben je van mij! De regels van het kat en muisspel waren voor iedereen duidelijk, kleur en afkomst deden er niet toe. Bij mij kon de jeugd hun ei kwijt, problemen werden besproken en zo nodig opgelost. Als het even kon dan hielp ik de jeugd aan werk of aan de juiste zorg. Ik ging tijdens mijn diensten vaak alleen de straat op. Ook na de Koninginnenacht als dit feest weer eens op een slachtveld met de politie was uitgedraaid en hadden mijn collega’s en ik stenen en flessen staan koppen. Mijn vertrouwenspositie bij de jeugd was zo sterk dat ik dit zonder zorgen om mijn veiligheid kon doen, ook hier dacht mijn baas vaak anders over, maar liet me hier niet door tegen houden om toch alleen de straat op te gaan.

Anders was het werken op Rotterdam Zuid. Rotterdam Zuid kent een aantal probleemwijken waar drugs en geweld aan de orde van de dag waren. Mijn eerste slachtoffer van een schietpartij maakte ik mee op de eerste dienst buiten mijn eigen dorp. Ik kan mij nog goed voor de geest halen hoe het slachtoffer van deze schietpartij reageerde, voor hem was het “One Day At The office” risico van het vak leek het wel! Na deze dienst heb ik mij serieus afgevraagd of dit echt had plaatsgevonden. De wereld op nog geen tien kilometer van mijn huis was letterlijk een oorlogsgebied! Iedere dag werd er geschoten in deze wijken. Er werd met handvuurwapens op elkaar geschoten, gestoken met messen en hele magazijnen van Uzi’s leeggeschoten op elkaar. De vraag waarom werd me al snel duidelijk, deze oorlog ging om drugs en geld, heel veel geld!
De gevaren voor de politieagenten in deze wijken werden zo groot dat er werd besloten, nog voor heel Nederland erop overging, om ons uit te rusten met schiet- en steekwerende vesten die we tijdens onze dienst onder onze uniformkleding moesten dragen. Hoe belachelijk ik het ook vond dat dit nodig was, ben ik dit vest gaan dragen en heb nooit meer een dienst zonder gelopen.

Mijn mond, die altijd mijn sterkste wapen was, had in deze wijken totaal geen invloed. Het slag volk waar we mee te maken hadden luisterde alleen maar naar geweld of dreigen met geweld. De meeste aanhoudingen gingen gepaard met verbaal geweld, of met fysiek geweld. Hard optreden moest, anders werd je onder de voet gelopen, hier op straat gold de wet van de sterkste!

De clientèle waar ik mee te maken kreeg waren voornamelijk mensen met een buitenlandse afkomst, samen gepropt in achterstandwijken zoals de Millinxbuurt, Afrikaanderwijk, Tarwewijk en Hoogvliet. Voor vele waren de leefomstandigheden ronduit erbarmelijk en was de stap naar de criminaliteit klein en de kans om snel en eenvoudig veel geld verdienen. De “geslaagde” crimineel herkende je met gemak, want met mooie auto’s, kleding en een hoop bling bling werd dat voor de buitenwereld niet onder stoelen of banken gestoken.

Als je als agent dag in dag uit met deze laag van de bevolking te maken hebt krijg je een vertekend beeld van de werkelijkheid, zoals mevrouw Van der Anker ooit zei: De politie heeft last van beroepsdeformatie! Je krijgt moeite om niet iedereen over een kam te scheren. Als ik vanuit het oorlogsgebied in mijn eigen veilige thuisomgeving was, merkte ik dat ik veel meer wantrouwe had tegen mij onbekende gekleurde personen. Toen ik na twaalf jaar bij de verkeerspolitie ging werken, kwam na verloop van tijd mijn gevoel weer terug en kon ik gekleurde mensen weer zonder gekleurde bril benaderen en kon ik ook weer normaal een gesprek aangaan en weer de kat zijn die op muizen jaagt.

Was ik in de tijd dat ik op Zuid werkte een racistische politieagent, vraag ik me wel eens af! Ik ben voor mijzelf tot de conclusie gekomen dat ik nooit racistisch ben geweest. Door de omstandigheden in mijn wereld van toen had ik bijna alleen maar met de gekleurde medemens te maken, waardoor je als blanke politieagent al snel wordt weggezet als racist. Ik had ook veel liever meer soorten vis in mijn vijver gehad om uit te vissen, helaas was de vijver vergeven van de roofvissen en ontnamen je het zicht op de mooie tropische vissen!

Wat ik met deze blog wil vertellen is dat politiewerk moeilijk en zwaar werk is en zeker als je dag in dag uit met de zelfkant van deze maatschappij te maken hebt. Ik zeg hiermee niet dat racisme binnen de politie niet voorkomt, maar te lang in een moeilijke wijk werken werkt beroepsdeformatie in de hand en dat moet worden voorkomen voor het omslaat in racisme. Hoe dat te bewerkstelligen is aan de Politiek en de Nationale politie.

Enjoy this blog? Please spread the word :)