Doodmoe

13 maart 2019 PTSS

Moe, doodmoe ben ik. Van slapen komt de laatste maanden niets terecht. Hazenslaapjes van een uur of twee en dan wordt ik badend in het zweet wakker. Maar het in slaap komen is een nog groter probleem.

Met mijn kussen dicht om mijn nek getrokken lig ik op mijn rug naar het plafond te staren. Vanavond heb ik er weer lang over gedaan om de moed te verzamelen om op mijn bed te gaan liggen. Moed die nodig is, omdat in het donker en de stilte van onze slaapkamer de monsters in mijn hoofd wakker worden. Door overdag mijzelf bezig te houden zijn de monsters in mijn hoofd enigszins in toom te houden, maar in het donker op mijn bed ben ik weerloos tegen hun schrikbewind.

Zolang ik mijn ogen open weet te houden voel ik hun aanwezigheid wel, maar ze krijgen dan niet zo makkelijk vat op mijn gedachten. Dan gebeurd het onvermijdelijke, mijn ogen zijn te zwaar geworden om ze open te houden en langzaam zak ik weg, weg in een slaap met chaotische dromen. De monsters in mijn hoofd zorgen ervoor dat mijn dromen zo vreselijk echt lijken dat ik er rechtop zittend in mijn bed van wakker word. Het duurt even voordat ik door heb dat ik in mijn bed zit, want zojuist stond ik nog tussen een zware aanrijding met afschuwelijk verminkte lichamen. Mijn hart lijkt wel op hol geslagen, ik voel mijn hartslag tekeer gaan in mijn borst en nek.

In de schemer van onze slaapkamer kijk ik naast me. Sandra slaapt nog, gelukkig. Ze is niet wakker geworden van mijn droom. Mijn kant van het bed voelt nat en klam aan, mijn lijf is zeiknat van het zweet. Door het afkoelende zweet begin ik het koud te krijgen. Bibberend van de kou stap ik mijn bed uit, kleed mij aan en ga naar beneden. Onze hond Dycke kruipt dicht tegen mee aan op de bank of ze weet dat ik haar aandacht en warmte even nodig heb.

De droom die ik zojuist had blijft door mijn hoofd spoken en blijft mijn gedachten teisteren, zelfs als ik probeer een programma op teevee te volgen. Mijn hartslag blijft onveranderd hoog en ik voel me daardoor steeds gejaagder worden. Rond half drie, ik voel mij dan zo gespannen en in paniek raken dat ik wil vluchten. Vluchten van mijn gedachten, deze beelden moeten stoppen en door hier te blijven zitten gaat dat niet lukken.

Ik doe ik mijn jas en schoenen aan en stap samen met Dycke de voordeur uit. Het is donker en er is alleen licht van de straatverlichting. Een rondje sportpark is het plan, maar als ik zie dat het park aardedonker is slaat ook hier de paniek toe. Ik durf het park niet in, bang voor wat er zich in het donker verschuilt houdt, bang besprongen en aangevallen te worden. Dycke snapt er niets van als ik haar meetrek de andere kant op, maar ik wil in het licht blijven lopen.

Het is stil in ons dorp, heel af en toe komt er een auto voorbij rijden. Bij iedere auto verwacht ik dat deze plotseling stopt en de inzittenden zich tegen mij zouden keren. In mijn jaszak zit mijn sleutelbos die ik krampachtig vast houd, klaar om deze als wapen te gebruiken om mijzelf te kunnen verdedigen. Als de auto’s mij passeren dan klopt er van mijn plaatje in mijn hoofd niets en rijden ze gewoon door. Dycke huppelt vrolijk om mij heen, zich van geen dreigend kwaad bewust.

Een paar keer word ik tijdens de wandeling ingehaald en schrik ik me wezenloos. Ingehaald worden, niet door een persoon maar door je eigen schaduw, omdat je onder een lantaarnpaal doorloopt is een hele vreemde maar zeer angstige gewaarwording. Mijn hart sloeg een paar keer over en moet zeker de 180 BPM hebben gehaald.

Als het donker plaatsmaakt voor de schemer en de eerste vogels weer gaan fluiten stap ik mijn woning weer binnen. Ik sluip de trap op en kruip weer mijn, inmiddels opgedroogde bedje in. In foetus houding probeer ik nog even de slaap te vatten. Het lukt me om nog heel even te slapen. Rond zeven uur zit ik weer beneden aan de eettafel de krant te lezen en ben nog net zo moe als toen ik deze nacht voor het eerst mijn bed instapte.

Zes jaar inmiddels slaap ik heel slecht. Gebroken nachten eisen zijn tol. Gemiddeld een maand of twee kan ik redelijk doorgaan met het tekort aan slaap, maar uiteindelijk geeft mijn lichaam het op. Geestelijk en lichamelijk ben ik dan nergens meer toe in staat. Mijn emotie kan ik dan niet meer in de hand houden, ik wordt kort van stof en maak de meest gemene opmerkingen tegen wie ik lief heb. Ook kan ik om iedere boe of bah wel janken. Via mijn huisarts krijg ik na zo’n periode van ernstig slaapgebrek slaapmedicatie voorgeschreven en slaap ik twee weken weer een paar uur op een nacht, net genoeg om mijn accu weer wat op te laden.

Buiten de chemische rotzooi van de huisarts probeer ik regelmatig iets nieuws. Yoga, mindfulness, Melatonine, slaapmassage, CBD-olie en THC-olie, maar tot nu toe heeft geen van deze probeersels mij verder geholpen. Of ik nu wel of niet slaap, ik kom net zo moe mijn bed uit als ik er ben ingegaan.

Please follow and like us:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Enjoy this blog? Please spread the word :)