politie

Verdacht

Maandagavond 21:10 uur was het zover, de teevee première van de docu Verdacht. Een docu die etnisch profileren en politiegeweld door de Nederlandse politie aan de kaak stelt.

“Besef dat je spreekt, wanneer je spreekt, vanuit de geprivilegieerde positie van een witte man, onderdeel van een dominante meerderheid. Weeg je woorden zorgvuldig.” Werd mij op mijn hart gedrukt door een Amsterdamse wijkagente, toen ik na de uitzending aangaf de uitzending eerst te laten bezinken om vandaag met mijn zienswijze op de docu te komen. In de afgelopen maanden heb ik mij in een aantal blogs en vele tweets regelmatig kritisch uitgelaten over het fenomeen etnisch profileren. Deze blogs leverde mij complimenten, maar zeker ook kritiek op, iets wat ik had verwacht en gehoopt. De blogs laten mijn persoonlijke kant zien, mijn ervaringen als agent met dit onderwerp. Ik ben in mijn carrière politieagent voor iedereen geweest zonder mij te laten leiden door welke kleur dan ook. Als iemand, in dit geval een witte wijkagente, denkt dat ik mijn woorden moet aanpassen omdat ik een witte man met privileges ben dan kan ik je vertellen dat ik daar geen rekening mee houd. Iedereen is voor gelijk, ik neem jou zoals je bent en verwacht dat ook terug. Dit is altijd zo geweest en daar verandert een docu niets aan.

De docu Verdacht heeft indruk op me gemaakt. Door de verhalen van enkele geïnterviewde kreeg ik plaatsvervangende schaamte. Dat wat zij hebben meegemaakt aangedaan door mijn eigen collega’s  is niet te geloven. Ik hoop dan ook oprecht dat het recht voor hen zal zegevieren.

Wat mij in enkele verhalen opviel was dat er bepaalde zaken zijn weggelaten. In het verhaal van de rapper ontbrak de aanleiding tot het duw en trekwerk. Hij moest achter de politie aanrijden en wat er vervolgens is gebeurd is is mij niet duidelijk geworden.

De man met de vlechten zegt in zijn interview geen flauw benul waarvoor hij uit zijn auto moest komen en gefouilleerd werd, maar heeft in het begin gezegd dat de agenten zeiden met een preventief fouilleringsaktie bezig te zijn.

In de verhalen kon ik niet opmaken, buiten die van het kasteel en de dijk dan, waar de personen zijn gecontroleerd. In welke steden, welke wijken. Ook kon ik niet opmaken of voor er staande houding had plaatsgevonden de kentekens van de auto’s zijn nagelopen en de antecedenten van de kentekenhouders zijn gecontroleerd. Hele belangrijke gegevens die kunnen duiden waarom een persoon zou moeten worden gecontroleerd.

De docu laat goed de frustratie zien van de geïnterviewden, frustratie die ik me kan voorstellen als je zo vaak gecontroleerd wordt. Dat het beter kan en moet ben ik het ook eens. Ik denk dat de politie op de goede weg is met voorlichting aan de collega’s  over dit onderwerp.

Als afsluiter wil ik zeggen dat er inderdaad enkele Haantjes bij de politie werken. Mannen en vrouwen die kort voor de kar staan en altijd in de problemen komen met de burger. Van deze collega’s heeft de rest op straat last, want de optredens door deze Haantjes blijven bij de omstanders in hun geheugen hangen. Andersom is dit hetzelfde. De petjes en bondkraagjes die iedere gelegenheid aanpakken om rottigheid te schoppen, lak hebben aan de regels en niet te hanteren zijn, ziet de burger op social media met grote regelmaat voorbij komen. Wil dat zeggen dat alle agenten slecht zijn, wil dat zeggen dat alle petjes en bondkraagjes slecht zijn.

De docu geeft met een bewust éénzijdige kijk misstanden bij de politie weer, maar zegt niet dat alle agenten zo te werk gaan. Twitter gaat vervolgens los op het racistische Nederlandse politieapparaat, onterecht in mijn ogen.

In de uitzending heb ik veel ware en rake woorden gehoord, maar die van Jurgen Rayman sprak mij het meeste aan. “Je kiest erzelf voor om je racistisch bejegend te voelen!” (ik hoop dat ik hem juist citeer)

De politie profileert dat is een feit en is onderdeel van het werk. Dat een miniem deeltje van alle agenten dit op huidskleur doet is ook een feit en dat noemt men etnisch profileren en hoort niet bij een professional. Een van de geïnterviewde merkte op dat hij zich ook regelmatig laat leiden door vooroordelen, menselijk maar van een agent mag je meer verwachten dan dat.

Wat ik van de uitzending heb opgestoken is dat ik teveel van mijn eigen werkwijze ben uitgegaan, dat er rotte appels bij de politie werken die weldegelijk etnisch profileren en dat we daar wat mee moeten.

Jacco Bezuijen

Was ik een racistische politieagent?

Als oud politieagent heb ik in veel wijken van Rotterdam en omstreken mogen werken. Twaalf jaar heb ik gewerkt op Rotterdam Zuid, waarvan de meeste jaren in het dorp waar ikzelf nog steeds woonachtig ben.


Ik ben van de generatie agenten die geworven zijn met de slogan “Als je mond het beste wapen is!” een slogan die ik als agent in mijn eigen dorp als handvat heb gebruikt. Boetes schrijven deed ik weinig, volgens mijn baas te weinig, ik loste het vaak pratend op. Letterlijk en figuurlijk zat ik tussen de jeugd van mijn dorp in. Ik wist wat er speelde, wie deed wat, wie sloopte de boel, wie had er met wie ruzie, wie zorgde ervoor de cocaïne, pilletjes, speed en weed! De jeugd wist wat ze aan me hadden, afspraak is afspraak en pis je naast de pot ben je van mij! De regels van het kat en muisspel waren voor iedereen duidelijk, kleur en afkomst deden er niet toe. Bij mij kon de jeugd hun ei kwijt, problemen werden besproken en zo nodig opgelost. Als het even kon dan hielp ik de jeugd aan werk of aan de juiste zorg. Ik ging tijdens mijn diensten vaak alleen de straat op. Ook na de Koninginnenacht als dit feest weer eens op een slachtveld met de politie was uitgedraaid en hadden mijn collega’s en ik stenen en flessen staan koppen. Mijn vertrouwenspositie bij de jeugd was zo sterk dat ik dit zonder zorgen om mijn veiligheid kon doen, ook hier dacht mijn baas vaak anders over, maar liet me hier niet door tegen houden om toch alleen de straat op te gaan.

Anders was het werken op Rotterdam Zuid. Rotterdam Zuid kent een aantal probleemwijken waar drugs en geweld aan de orde van de dag waren. Mijn eerste slachtoffer van een schietpartij maakte ik mee op de eerste dienst buiten mijn eigen dorp. Ik kan mij nog goed voor de geest halen hoe het slachtoffer van deze schietpartij reageerde, voor hem was het “One Day At The office” risico van het vak leek het wel! Na deze dienst heb ik mij serieus afgevraagd of dit echt had plaatsgevonden. De wereld op nog geen tien kilometer van mijn huis was letterlijk een oorlogsgebied! Iedere dag werd er geschoten in deze wijken. Er werd met handvuurwapens op elkaar geschoten, gestoken met messen en hele magazijnen van Uzi’s leeggeschoten op elkaar. De vraag waarom werd me al snel duidelijk, deze oorlog ging om drugs en geld, heel veel geld!
De gevaren voor de politieagenten in deze wijken werden zo groot dat er werd besloten, nog voor heel Nederland erop overging, om ons uit te rusten met schiet- en steekwerende vesten die we tijdens onze dienst onder onze uniformkleding moesten dragen. Hoe belachelijk ik het ook vond dat dit nodig was, ben ik dit vest gaan dragen en heb nooit meer een dienst zonder gelopen.

Mijn mond, die altijd mijn sterkste wapen was, had in deze wijken totaal geen invloed. Het slag volk waar we mee te maken hadden luisterde alleen maar naar geweld of dreigen met geweld. De meeste aanhoudingen gingen gepaard met verbaal geweld, of met fysiek geweld. Hard optreden moest, anders werd je onder de voet gelopen, hier op straat gold de wet van de sterkste!

De clientèle waar ik mee te maken kreeg waren voornamelijk mensen met een buitenlandse afkomst, samen gepropt in achterstandwijken zoals de Millinxbuurt, Afrikaanderwijk, Tarwewijk en Hoogvliet. Voor vele waren de leefomstandigheden ronduit erbarmelijk en was de stap naar de criminaliteit klein en de kans om snel en eenvoudig veel geld verdienen. De “geslaagde” crimineel herkende je met gemak, want met mooie auto’s, kleding en een hoop bling bling werd dat voor de buitenwereld niet onder stoelen of banken gestoken.

Als je als agent dag in dag uit met deze laag van de bevolking te maken hebt krijg je een vertekend beeld van de werkelijkheid, zoals mevrouw Van der Anker ooit zei: De politie heeft last van beroepsdeformatie! Je krijgt moeite om niet iedereen over een kam te scheren. Als ik vanuit het oorlogsgebied in mijn eigen veilige thuisomgeving was, merkte ik dat ik veel meer wantrouwe had tegen mij onbekende gekleurde personen. Toen ik na twaalf jaar bij de verkeerspolitie ging werken, kwam na verloop van tijd mijn gevoel weer terug en kon ik gekleurde mensen weer zonder gekleurde bril benaderen en kon ik ook weer normaal een gesprek aangaan en weer de kat zijn die op muizen jaagt.

Was ik in de tijd dat ik op Zuid werkte een racistische politieagent, vraag ik me wel eens af! Ik ben voor mijzelf tot de conclusie gekomen dat ik nooit racistisch ben geweest. Door de omstandigheden in mijn wereld van toen had ik bijna alleen maar met de gekleurde medemens te maken, waardoor je als blanke politieagent al snel wordt weggezet als racist. Ik had ook veel liever meer soorten vis in mijn vijver gehad om uit te vissen, helaas was de vijver vergeven van de roofvissen en ontnamen je het zicht op de mooie tropische vissen!

Wat ik met deze blog wil vertellen is dat politiewerk moeilijk en zwaar werk is en zeker als je dag in dag uit met de zelfkant van deze maatschappij te maken hebt. Ik zeg hiermee niet dat racisme binnen de politie niet voorkomt, maar te lang in een moeilijke wijk werken werkt beroepsdeformatie in de hand en dat moet worden voorkomen voor het omslaat in racisme. Hoe dat te bewerkstelligen is aan de Politiek en de Nationale politie.

In Limbo

Maandagmorgen en ik zit voor de televisie, met een gespannen lijf druk ik op de playknop van mijn afstandsbediening. Zaterdagavond was de korte film In Limbo uitgezonden en ik durfde hem toen niet te kijken en had hem opgenomen.


Nasrdin Dchar speelt hierin een politieagent die worstelt met zijn gevoel na een dodelijk schietincident. Nasrdin heeft met agenten gesproken die soortgelijke incidenten hebben meegemaakt en zich ingeleefd in de gevoelens en het gevecht wat zij nadien hebben of nog steeds leveren.

Zelf heb ik geen schietincidenten met dodelijk afloop meegemaakt, maar tijdens mijn werk als agent wel veel, te veel met dood en verderf in aanraking geweest. Zoveel zelfs dat ik nu bijna zes jaar met de gevolgen hiervan thuis zit, ik heb PTSS.

Door mijn PTSS leef ik met monsters in mijn hoofd, monsters die ontstaan zijn door alles wat ik heb meegemaakt. Monsters die ongevraagd en op ongezette tijden tevoorschijn komen en mijn wereld op z’n kop zetten.

Het leven met PTSS is extreem zwaar, niet alleen voor mij maar ook voor mijn vrouw, kinderen en iedereen die ik lief heb. Hoe ga je iets, wat ik en met mij dik 2000 politiecollega’s iedere dag doormaken als acteur neerzetten! Hoe kan je iets neerzetten als je nooit het zelf de angst hebt beleefd, nooit heb gezien, gevoeld en geroken!
De eerste beelden die ik zie zijn voor mij gelijk pakkend. Ik voel de afwezigheid van Oscar, zoals Nasrdin in de film heet! Zittend in de taxi gebeurd er van alles om hem heen maar is zich er niet van bewust, in zijn hoofd is het een chaos!

Je ziet dat Oscar moeite heeft met de drukte om hem heen, te veel prikkels en daardoor erg alert op alles wat er om hem heen gebeurd. Maar voor de buitenwereld in dit geval zijn vrouw ontkent hij dat het niet goed met hem gaat. De nachten zijn zwaar en kleine geluiden triggeren hem, waardoor hij zijn trauma herbeleeft. De glijbaan scene maakt dit extra beeldend, van het ene op het andere moment overvallen worden door je monster en er dan middenin zitten, er is niet aan te ontsnappen.

Hoe vertel je iemand over het ergste wat je ooit hebt meegemaakt! Dat wil je het liefste niet, want je wilt de ander graag beschermen en ze niet opzadelen met een trauma. Maar dat praten oplucht klopt! De film laat zien dat de scherpen randen er vanaf gaan als je praat, maar er los van komen doe je niet. Oscar zijn monsters bleken al de hele film een belangrijke rol te spelen. Oscar heeft aan het einde van de film zijn trauma een plek gegeven. Dat vader en zoon, Oscar zijn monsters, altijd een deel van Oscar zijn leven zullen zijn werd heel mooi verbeeld in het laatste shot.

Nasrdin, mag ik je bedanken voor een hele mooie film en nee, ik heb het niet droog weten te houden. Je hebt Nederland laten zien wat een gevecht ik en mijn lotgenoten iedere dag moeten leveren. Bedankt dat je hebt laten zien hoe moeilijk het is voor onze geliefden om met onze ziekte om te gaan. Bedankt dat de film een open einde heeft en laat zien dat de monsters niet verdwijnen na een goed gesprek.

Jacco Bezuijen

Goede morgen meneer Akerboom.

Heeft u een goed weekend gehad? Of hebben de berichten in kranten en op social media, van en over uw (oud) collega’s, uw stemming dit weekend beïnvloed!

Hoe triest sommige verhalen ook waren was mijn stemming dit weekend best aardig te noemen. Dat best aardig komt doordat ik zag hoe massaal er door de burgers is gereageerd op alle berichten. Het voelde als erkenning en een hart onder de riem, zo fijn dat wildvreemde mensen de moeite nemen om even een goed woord te plaatsen onder de berichten.

Ook riepen alle berichten een hoop frustratie op bij lotgenoten. Collega’s, ja ook die van u, die door PTSS geveld zijn en in het zelfde schuitje zitten of dreigen te geraken. Frustratie, omdat wij sterk het gevoel hebben dat we afgedankt zijn of worden door één van de mooiste organisaties van Nederland. Een organisatie waarvoor wij ons voor 100% hebben ingezet, loyaal zijn geweest, onszelf hebben weggecijferd en jarenlang zeer emotioneel en zwaar werk hebben verricht die voor een normaal mens niet te bevatten zijn!

Hoe komt dat nu dat wij dit gevoel hebben? Ik heb er dit weekend menigmaal over nagedacht.

Vrijdagmiddag kwam ik thuis na een tweedaagse Paardencoaching georganiseerd door het BNMO. We waren met een mooie groep mensen. (Oud) dienders en oud militairen. Bijna allemaal vechten we tegen onze PTSS en de kameraadschap onderling is heel erg fijn om te mogen ervaren. Kameraadschap die ik alleen in Doorn en in diverse lotgenotengroepen voel. Kameraadschap voel ik niet vanuit de politie vandaan. Niet van mijn oud ploeggenoten, niet van mijn chefs, niet van mijn hoofden en eigenlijk nog het ergste, niet van u!

In mijn videoboodschap aan u  van afgelopen vrijdag, misschien heeft u hem ook daadwerkelijk bekeken, noem ik ons de ZWARTE SCHAPEN van de blauwe familie. Het omschrijft heel goed het gevoel van er niet meer bij horen!

Hoe kan het dat het lijkt of alles met betrekking tot PTSS binnen de politie zo moeizaam verloopt? Een simpel voorbeeld. In januari heb ik de kosten voor voer en verzekering voor mijn Buddyhond Jinke ingediend. Dit was van enkele maanden en was voor een bedrag van bijna 500 Euro. Tot op heden heb ik zelfs geen ontvangstbevestiging gehad en zag mij dit weekend dan ook genoodzaakt om een mail te sturen om mijn declaratie in behandeling te laten nemen. Wordt mijn declaratie binnen vijf werkdagen niet in behandeling genomen, zie ik geen andere mogelijkheid dan de politie in gebreken te stellen.  Weer een juridische procedure, niet omdat ik dat wil maar omdat het noodzakelijk is. 500 euro is voor mij heel veel geld!

1 maart j.l. ben ik met eervol ontslag gegaan. In oktober 2017 is deze datum vastgesteld met de garantie vanuit de politie dat zowel de aanvulling op mijn WIA uitkering geregeld zou zijn, alsmede het premievrij opbouwen van mijn pensioen. U raad het al, ook deze belofte is niet waar gemaakt. ABP is niet goed gegaan en moet er nu zelf achteraan. Niet erg, maar wel heel frustrerend, omdat mij dit geestelijk heel erg belast. Wat wel erg is is dat de APG niet geregeld is, in maart werd er niet uitgekeerd en dat leverde mij een financieel gat op van 400 euro. Of het deze maand wel geregeld is is nog maar de vraag. Dit levert stress op, want ook in mijn huishouden gaan de vaste lasten gewoon door en dienen wel op tijd betaald te worden. Stress maakt mij zieker dan dat ik al ben en werpt mij terug in mijn broze herstel.

Nu is er sinds kort een nieuwe commissie in het leven geroepen, deze heet “De commissie Buitensporigheid”! Een commissie die moet gaan bepalen of de door de politie erkende werkgerelateerde PTSS wel zodanig buitensporig is geweest dat de getroffen diender recht heeft op verhaal van restschade! Een commissie die wederom gaat vragen om een incidentenlijst. Een lijst die men ook al heeft moeten aanleveren om tot erkenning beroepsziekte te komen. Vijf jaar nadat bij mij werkgerelateerde PTSS is erkend, moet ik opnieuw voor deze commissie mijn trauma’s gaan oprakelen! Trauma’s die mij ongevraagd steeds in gedachte springen en mijn huidige leven bepalen, moet ik nu bewust gaan herbeleven. Ik moet dan ook nog een keuze gaan maken welke trauma’s ik ga opgeven, want het mogen er maar 5 zijn, terwijl ik er voor de 37 meest heftige onder behandeling ben geweest!  Is deze commissie in het leven geroepen door de politie vraag ik mij af, of is het de verzekeringsmaatschappij waar u uw aansprakelijkheidsverzekering heeft lopen die tot deze onmenselijke commissie heeft besloten?

Kan dit nu niet beter geregeld worden vraag ik mij dan hardop af! Ja, ik denk het wel, maar daar moet u wel voor open staan.

  1. Ga weer een gemeend menselijk gesprek aan met uw (oud) dienders met PTSS en kom niet alleen op de lijn als de wet Poortwachter hierom vraagt.
  2. Zorg dat de werkvloer bekend raakt met het fenomeen PTSS, te vaak horen we nog dat het maar een modeziekte is!
  3. Zorg voor preventie aan de voorkant van het probleem, als je eenmaal bent uitgevallen is er al teveel en in bijna alle gevallen onherstelbare schade aangericht!
  4. Duidelijke en eensluidende procedures.
  5. Termijnbewaking, zodat er geen juridisch gevecht hoeft te ontstaan.
  6. Zorg voor voldoende gemotiveerd, opgeleide en gekwalificeerde Case-Managers.
  7. Laat daadwerkelijk blijken dat u geeft om de dienders met PTSS en hun gezinnen.
  8. Samen in overleg over restschade ipv weer verschijnen voor een commissie en/of dure advocaten in de arm moeten nemen.
  9. Maak werk van een vorm van maatschappelijke erkenning, neem als voorbeeld de veteranen status bij defensie.
  10. Ondersteun zelfhulpgroepen zodat zij bij elkaar kunnen komen.
  11. Investeer in organisaties als het BNMO, zodat veel lotgenoten en hun gezinnen zich hier elkaar kunnen ontmoeten en mee kunnen doen aan activiteiten die bijdragen om beter met deze rot ziekte om te leren gaan.

U ziet het ideeën genoeg en wat zou het nu mooi zijn als u en een groep (ervarings)deskundigen dit kunnen gaan bewerkstelligen. Het hoeft echt niet moeilijk te zijn!

Ik hoop dat 2018 een jaar wordt waarin we echt menselijke stappen gaan maken in het PTSS dossier van de politie.

Hoogachtend,

 

Jacco Bezuijen

Mijn hart is niet van Steen!

Dat de communicatie tussen de korpsleiding en ziek personeel, ondanks de belofte op beterschap, nog steeds niet goed is wil ik graag de onderstaande tekst van een collega en lotgenoot, met jullie delen: 

Beste meneer Akerboom en Leijstra,

Aangezien u nu na 8 weken vanaf mijn eerste mail, inhoudelijk nog niet bent teruggekomen, neem ik de moeite terug te komen. Wel bijzonder, mijn klacht ging over niet serieus genomen worden door de organisatie, door beloftes en vooral niet reageren. Hoe wonderlijk, dat in ons mail contact, het zelfde gebeurt. Aanleiding, voor de moeite die ik neem, is dat ik dit weekend, geweldige collega ś heb mogen ontmoeten, mannen, vrouwen en hun partners, prachtige mensen, maar helaas ziek, net als ik. U kent beiden vast het spreekwoord, gedeelde smart is half smart of samen sterk, alhoewel die laatste opmerking voor velen niet meer van toepassing is, grote kerels en sterke vrouwen waar emotioneel en fysiek niets meer van over is, door hun aandoening, maar vooral de nasleep en het gevecht met de organisatie (niet gehoord worden en geen erkenning enz). Nu kan ik boos en gefrustreerd worden, maar dat is niet de strekking van mijn mail, ik heb namelijk nog een deel leven voor mij en weet u, er is mij al zoveel afgepakt (mijn eigenwaarde, doelen in mijn leven, sociale contacten, fysieke/mentale gezondheid) van nature was ik een positief mens en ik probeer het dus liefdevol te benaderen, van boosheid wordt je namelijk nog zieker. Ik ben dankbaar dat ik deze bijzondere, geweldige mensen heb mogen leren kennen en dat de BNMO dit voor mij heeft mogelijk gemaakt (zij mij wel erkennen en een gezicht geven) mijn buddy, haar stinkende best doet en dat ik er vrienden bij heb gekregen, ik ben niet meer alleen. Eerlijk is eerlijk de aanleiding is minder fraai te noemen of beter triest, te triest voor woorden.

Beste meneer Akerboom en Leijstra, dit gaat niet alleen om mij, dit gaat om vele collegaś die ziek zijn geworden omdat hun hart niet van steen was! en dat van u?

Met vriendelijke groet,

(Naam bij mij bekend)

Fijn ik heb een eigen mening!

Het is al weer even terug dat ik mijn gedachten op papier heb gezet. Niet zozeer omdat ik niet wist wat ik moet schrijven, maar meer de manier waarop ik nu kan en mag schrijven!

Als politieagent kan en mag je niet altijd verwoorden hoe je persoonlijk tegen sommige zaken in de maatschappij aankijkt. Ik heb dat nooit echt als storend ervaren, de politie is waakzaam en dienstbaar aan alle burgers in Nederland en daarom behoor je als diender je ook neutraal op te stellen.

Of je nu als politieagent het wel of niet eens bent met de reden waarom een demonstratie gehouden wordt, je wordt ingezet om de rust en veiligheid te bewaren en dat doe je dan ook Blokkades van belangrijke objecten zullen worden opgeheven om de veiligheid van de maatschappij te waarborgen, ook al ben je het nog zo eens met de actievoerders, je eigen standpunt in deze doet er dan niet toe!

Sinds een week ben ik, na een eervol ontslag op medische gronden, weer burger en heb plots weer de vrijheid om mijn eigen mening te ventileren. Fijn zou je denken, schreeuw het maar van de daken! Maar zo eenvoudig is het niet. Zie het als dat je heel streng bent opgevoed en plots te horen krijgt dat de strengen regels opeens voor jou niet meer gelden. Wat doe je dan, sla je door, neem je het ervan of blijf je de regels die je altijd een vaste en veilige basis hebben gegeven trouw?

Door mijn PTSS neig ik heel sterk naar het eerste, het doorslaan! Maar weet me dan altijd weer gered door het stemmetje die me nog even op de regels van mijn strenge opvoeding wijst.

Fijn ik heb een eigen mening, maar wat ga ik er in de toekomst mee doen?

Overdaad schaadt!

Toen ik solliciteerde om politieagent te worden was ik vijfentwintig jaar oud. Ik was mij bewust van het feit dat een baan bij de politie gevaren met zich mee bracht, maar mijn drive om wat voor onze maatschappij te betekenen was zo sterk dat ik dat risico wilde nemen.

In de opleiding tot agent werd meer dan voldoende aandacht besteed aan zelfverdediging, aanhoudingstechnieken en de schietopleiding. Toen ik in juli 1996 werd geplaatst in Barendrecht was ik dan ook van overtuigd dat ik mijn mannetje kon staan als het erop aan zou komen.

Gaande weg de eerste maanden rees er een volgende vraag. “Hoe ga ik reageren op mijn eerste dode persoon?” , die er zeker zou gaan komen! Het werd een soort van competitie met een collega van me die een maand of twee eerder van de opleiding was gekomen en hier ook nog niet mee te maken had gehad. We baalde ervan als we er achter kwamen dat in de tijd dat wij vrij waren er een lijkvinding was geweest en wij deze gemist hadden.

Na enkele maanden was het dan zover, ik kreeg mijn eerste lijkvinding! Details zal ik u besparen, maar spannend vond ik het wel. Dat je niet kon praten over je gevoel en dat je gewoon weer verder moest zonder echt uit te kunnen spreken hoe je je voelde leerde ik ook die dag. De dood hoort bij het vak, net als een kop koffie bij het begin van de dienst. Er bestond toen nog geen opvang na een schokkend incident en verwerkte je alles wat je meemaakte op een manier waarvan je dacht dat het goed voor je was. In mijn geval was dat zwarte humor. Niet door iedereen aan het bureau gewaardeerd, maar voor mij werkte deze manier van “Verwerken”!

Rond de eeuwwisseling werd ons district samen gevoegd met die van Rotterdam Zuidplein en ik moest uit mijn vertrouwde dorp weg om in één van de heftigste wijken van Rotterdam mijn werk te gaan doen. Ik herinner mijn eerste dienst aan dit bureau nog goed, ik trof mijn eerste vuurwapen slachtoffer. In de wijken op Zuid waren dit “Normale”, meldingen en ook hier hield mijn zwarte humor mij op de been, althans dat heb ik een tijd lang gedacht! Na enkele jaren, vele slachtoffer van geweld werd ik getroffen door een zware Burnout, of was er toen al spraken van PTSS!

Ik krabbelde zo goed en kwaad als het ging weer op en ging op dezelfde voet verder, er was niemand die tegen mij zei dat het anders moest. Men vond de clown Jacco wel leuk en ik vermaakte iedereen wel met mijn galgenhumor!

In 2007 werd ik aangenomen bij de verkeerspolitie in Rotterdam, een bewuste keuze, omdat mijn kinderen op een bekeuringsgerechtigde leeftijd kwamen en zo ook hun vriendjes. Als pa één van deze vriendjes een bon gaf, dan kregen mijn kinderen daar last mee, we woonden immers op hetzelfde dorp als waar ik veel werkte. Het was dus tijd om te verkassen.

Het werk bij de verkeerspolitie trok mij wel, begeleidingen van het koningshuis, verkeerscontroles, videosurveillance, begeleiden van spelers en supporters van vele nationale als internationale voetbalclubs en hele dagen op de motor surveilleren. Zo nu en dan reden we een spoedtransport en wat was dat geweldig om te doen! Het begeleiden van een ambulance naar een ziekenhuis door een haag van collega’s die alle kruisingen op onze route voor ons hadden afgezet!

Mijn eerste jaar bij de verkeerspolitie sloot ik af zonder ook maar één dag ziek te zijn geweest. Het werk voelde als stressvrij en ik kwam het eerste jaar 12 kilo in gewicht aan. Dat was geen probleem, want van 67,5 kilo naar bijna 80 kilo is voor iemand van 1,79 meter niet schokkend!

In 2008 werd besloten dat de verkeerspolitie in Rotterdam alle aanrijdingen met letsel en dodelijke afloop in de gehele regio moesten gaan afhandelen. Als selecteurs reden wij in een mooi opgetuigde bus van aanrijding naar aanrijding de gehele regio door. Ter plaatse was aan ons de taak om vast te stellen of het letsel langer dan zes weken zou duren om te genezen, was dat het geval dan namen wij het opnemen van de aanrijding van de collega’s uit het district over. Hoeveel keer ik vanaf die tijd op de spoedeisende eerste hulp van een ziekenhuis ben geweest is niet meer te tellen, ook de keren dat ik aanwezig ben geweest voor een schouw van een lichaam in het mortuarium zijn bijna niet meer te tellen.

Welke impact dit op mijn geestelijke gezondheid had wil ik nu niet te diep op ingaan, omdat er dan teveel beelden uit die tijd naar boven komen, beelden die ik liever zo diep mogelijk weg wil stoppen.

Na een melding werden wij gebeld door het Team Collegiale Opvang of ze kwamen aan het bureau. Er werd dan gevraagd hoe het met je ging, als je meldde dat het goed met je ging en de aanrijding je niets deed, dan was daarmee de kous en kon je weer verder met je werkdag. Bij de verkeerspolitie was praten over je gevoel al helemaal not done! Het werd gezien als zwakte en als je toch aangaf dat een melding je niet lekker zat dan was een veel gehoorde opmerking “Je kan altijd nog dameskapper worden hoor!”  dus hield je maar je mond.

In maart 2013 werd ik door de realiteit ingehaald en viel uit, nu niet met een burnout maar met werkgerelateerde PTSS!

Hadden mijn chefs en mijn collega’s kunnen merken aan mij dat het het steeds slechter met me ging? Hoewel ik tot mijn laatste werkdag de clown bleef spelen, hadden zeker mijn chefs kunnen opmerken dat ik niet meer de Jacco was van voor 2008. Ik ben van huis uit een volger en deed wat me werd opgedragen. In mijn laatste jaar ging ik steeds meer de confrontatie zoeken met mijn chefs, om de kleinste dingen kon ik boos worden. Ik meldde mij steeds vaker ziek voor kleine dingen en probeerde mij zoveel mogelijk te onttrekken aan het werk van selecteur van aanrijdingen! Als het maar even kon schoof ik zaken af naar anderen, ik kon het gewoonweg niet meer verwerken!

Had mijn ziek worden voorkomen kunnen worden? Daar durf ik eigenlijk geen antwoord op te geven. Ik zie wel dat als ik naar lotgenoten kijk, wij allemaal een zelfde type mens zijn. We zijn loyaal, kunnen geen nee zeggen en doen nooit een stap terug! Voor de Nationale politie zijn wij de perfecte dienders. Vraag ons om te springen en wij vragen hoe hoog!

Wat ik wel weet is dat ik, achteraf gezien, meer behoefte had gehad aan aandacht van het  TCO, niet direct na een aanrijding, maar één of twee dagen later. “Hoe was je nacht? Ben je er nog mee bezig geweest?” zijn de vragen die ik had gewild dat ze me gesteld waren. Dat ik mij vrij had gevoeld om mijn echte gevoel bij de psycholoog, waar wij ieder jaar een uurtje heen mochten, had durven uiten. Helaas was het gevoel dat wij daar vrij uit konden praten ernstig beschadigd, doordat gesprekken herleidbaar naar collega’s in een rapport op de koffietafel waren komen te liggen.

En als laatste punt is misschien wel het meest cruciale punt, kan je een groep van nog geen vijftig man/vrouw alle aanrijding met letsel in de hele regio laten behandelen! Gemiddeld zijn dit 400 ernstige aanrijdingen in een jaar waarvan gemiddeld 10% overlijden door de aanrijding. Of moeten we weer terug naar de situatie van voor 2008, waar de last van dit zelfde aantal aanrijdingen werd verdeeld gaat over de gehele regio, zo’n 3500 man/vrouw! Ik begrijp als ik dit zeg ook, dat de kwaliteit van de proces-verbalen dan ook weer hard achteruit zal hollen en er dan soms ook helemaal niets op papier gezet gaat worden en dat daar slachtoffers dan weer de dupe van worden! Dit is ook de reden geweest waarom de verkeerspolitie dit toen der tijd op zich is gaan nemen.

Het doet mij pijn om te zien dat met mij in 2013 nog zes collega’s  van de verkeerspolitie met PTSS zijn uitgevallen! Ook het feit dat het ziekte verzuim heden ten dage nog steeds met gemiddeld 10,2% de hoogste van de regio is doet mij zeer. Het zegt veel over de zwaarte over het werk wat wij hebben gedaan, werk waar wij niet voor hebben gekozen tijdens onze sollicitatie bij de verkeerspolitie, maar er als extraatje bijkwam in 2008!

Er moet worden nagedacht over hoe de collega’s die nog iedere dag van zware aanrijding naar zware aanrijding rijden, psychisch het beste kunnen worden ontlast en bijgestaan. Een maximale plaatsingstermijn van vijf jaar lijkt mij het meest logische, maar door opleidingskosten van meer dan 100.000 euro per diender lijkt dit qua bedrijfsvoering, financieel niet het meest logische om te doen! Ondervang dit dan met een diepgaand psychologisch onderzoek na vijf jaar dienstdoen bij de verkeerspolitie. Aan de hand van dit onderzoek kan men beslissen of je het nog aankan of beter terug kan het district in.

Ik heb begrepen dat de vrijheid om over je gevoel te praten steeds meer geaccepteerd wordt bij de verkeerspolitie, een goede ontwikkeling. Ik hoop van harte dat deze stijgende lijn zich blijft voortzetten en veel meer collega’s bespaart blijven van een PTSS!

Of het allemaal niet moeilijk genoeg is!

Na jaren van incident naar incident te zijn gelopen en de meest afschuwelijke beelden op je netvlies te hebben gekregen, kom je er achter dat het niet meer gaat. Wat je nog nooit hebt gehad gebeurd, je ziet alle incidenten weer voor je, alsof je er op dat moment weer bij bent. Wat je ook probeert die beelden zijn niet te stoppen en komen als een stortvloed over je heen. Je wordt bang en schrikkerig, durft je deur niet meer uit omdat je overal gevaar ziet. Slapen doe je niet meer omdat je bang bent voor alles wat je gaat zien tijdens je slaap.

De stap naar de bedrijfsarts is groot, want je was nooit ziek en je wilt zeker niet het label van aansteller krijgen, want een politieagent is geen aansteller. Voor het eerst krijg je te horen wat er waarschijnlijk met je aan de hand is, PTSS!
Na een verwijzing wordt je opgeroepen om je op PTSS te laten testen bij het PDC in Diemen.
Wat een zware dag maak je daar door. Door een psychiater en psycholoog wordt je helemaal doorgezaagd. Alle meldingen die door je hoofd spelen komen moet je op tafel gooien. Meerdere malen wordt het je allemaal teveel en begin je ongecontroleerd te huilen. Maar je moet door, alles moet eruit, hoe zwaar ook.

Dan, aan het eind van deze martelgang krijg je de uitslag, je hebt “Werkgerelateerde PTSS”. Fijn dat het monster een naam heeft en fijn dat je daarvoor onder behandeling mag, wat je nog niet weet is wat er allemaal nog gaat komen. Zware medicijnen, zware therapie sessies en diepe dalen die wel bodemloze putten lijken.

Behandeling van PTSS is zwaar maar er komt nog iets bij wat het allemaal nog moeilijker voor je maakt. Naast het gevecht om proberen beter worden of leefbaar te maken van je PTSS moet je nog een andere strijd voeren en dat is de strijd tegen je werkgever!

Van het onderzoek en de uitslag van het PDC krijg je een afschrift waar duidelijk in staat vermeld dat je PTSS hebt opgelopen tijdens je werk. Helaas wordt er niet bij vermeld dat jezelf dit rapport moet insturen naar je werkgever met het verzoek om je een erkenning beroepsgerelateerde PTSS toe wijzen. Je erkenning is belangrijk omdat je hier veel rechten aan kan ontlenen. Als je dit verzoek dan uiteindelijk hebt gedaan, moeten er veel papieren worden ingevuld. Het moeilijkste onderdeel aan je erkenning aanvragen is dat je een incidentenlijst moet gaan samenstellen met minimaal vijf incidenten waardoor je PTSS hebt opgelopen! Je vraagt je af waarom je dit moet doen, omdat je al deze incidenten ook al bij de psychiater en psycholoog van het PDC hebt verteld en ze daar in het rapport zijn opgenomen. Maar zonder lijst geen erkenning, dus begin je alles maar weer op te rakelen. Het gevolg is dat je dagen helemaal van het padje bent en je herbelevingen zich in een niet aflatende stroom bagger over je heen komt.

Nadat alles is ingeleverd wordt je aanvraag beoordeeld door een commissie van wijze mannen, die als ze het nodig vinden je oplaten draven om nog eens toelichting te komen geven, alsof ze willen zien of je echt wel zo slecht eraan toe bent als de artsen in hun rapporten over je zeggen!

Dan is het wachten op een beslissing van deze wijze mannen, vaak moet je nog een ingebrekestelling de deur uit doen, omdat men zich niet aan het termijn van acht weken om te reageren kan of wil houden. Juist door dit soort tekortkomingen van de baas, raak je meer en meer gespannen omdat je hoofd al vol zit met monsters en dit soort ziekmakende stress er niet bij kan hebben.

Casemanagers  moeten je hierin bijstaan, maar door het vele wisselen van deze managers, omdat ook voor hun de werkdruk enorm hoog is, is er weinig tot geen knowhow. Alles wat je aan hulp vraagt moet vaak eerst worden uitgezocht, omdat ook zij niet weten hoe zaken geregeld zijn. Weten ze dan eindelijk hoe zaken geregeld moeten worden, wordt er van hogerhand de spelregels weer eens aangepast. Het word je als PTSS-er steeds moeilijker gemaakt om hulp of je recht te halen bij de werkgever. Over indienen van medischekosten die niet vergoed worden door het ziekenfonds, wordt heel moeilijk gedaan. Medewerkers van deze afdeling gaan op de stoel van een arts zitten en beslissen dat een medicijn die je gebruikt niet voor behandeling van je PTSS is,  of medische stukken willen hebben terwijl ze weten dat alleen een bedrijfsarts die mag opvragen en inzien. Bij niet overleggen van de stukken volgt er ook geen uitkering van de onkosten. Er zijn lotgenoten die al maanden, zelfs jaren wachten op uitkering van dit soort kosten, ziek(er) word je ervan!

Ben je net als mij zover dat je op medische redenen met “eervol ontslag” ga, dan wil je aanspraak maken op vergoeding van restschade. Schade die ontstaat door je ontslag, bv je pensioenopbouw, loonderving, mislopen promotiekansen, vakantiegeld en dertiende maand. Afgelopen jaar heeft de werkgever besloten om dit zodanig ingewikkeld te maken dat hij waarschijnlijk heeft gedacht dat er dan minder restschade claims zouden worden ingediend. Alle restschadezaken die na 2015 zijn of worden ingediend liggen op de plank. Tot nu toe heb ik zelf niet eens een ontvangstbevestiging gehad dat mijn aansprakelijkheidstelling,bij hun is binnen gekomen, terwijl de aansprakelijkheidstelling al in oktober 2017 is ingediend. Wederom heb ik mijn werkgever in gebreken moeten stellen, als er over een week geen reactie komt gaat hierdoor ook een dwangsom inwerking worden gesteld.   Niet nodig en zonde van al het gemeenschapsgeld, maar helaas wel nodig om zaken af te dwingen!

Nu zul je je afvragen waarom een aansprakelijkheidstelling voor de restschade indienen want je hebt je erkenning beroepsziekte toch al! Daarmee heeft de werkgever toch al gezegd dat het door het werk komt! Heel goed gezien, ik begrijp dat dus ook niet! En weet je, mocht mijn aansprakelijkheidstelling in behandeling worden genomen, moet ik weer een incidentenlijst gaan overhandigen, weer terug met mijn gedachten naar allee ellende. Je mag weten ik ben daar nu al erg van over mijn toeren, alleen al bij het idee dat ik er weer doorheen moet!

Mijn verhaal staat niet op zichzelf, tientallen collega’s met PTSS vechten al jaren met de werkgever om zaken voor elkaar te krijgen, zaken waar we recht op hebben maar deze niet of moeizaam krijgen. Het is lastig om te zien dat een organisatie het zo laat afweten en willens en wetens zo met onze gezondheid omgaat. Door de houding van de werkgever zijn wij of worden wij zieker dan nodig was of is.

Wij, die altijd vooraan hebben gestaan! Wij die altijd klaar stonden voor de maatschappij! Wij, die een ander zijn veiligheid boven onze eigen veiligheid stelden!  Wij, die vooruit stapten waar een ander een stap terug deed! Wij voelen ons het zwarte schaap van de blauwe familie, uitgekotst, afgedankt en vergeten. Ik vraag me steeds af waaraan wij, Politieagenten met PTSS, dit verdiend hebben!

Controle Alt Delete

 

Naar aanleiding van mijn blog (Etnisch) Profileren werd ik vandaag via de organisatie Controle Alt Delete benaderd via Twitter met het volgende bericht:

*********************************************************************************************************************************

Controle Alt Delete‏ @CntrleAltDlt 4 uur geleden

Meer

Ga eens een leuk praatje aan met een agent? Leg dat maar uit aan deze man https://controlealtdelete.nl/blog/agressieve-motoragent-in-assen … Onze kritiek is niet persoonlijk, maar gericht aan het instituut @politie: de agent in dit filmpje krijgt hier geen sanctie voor, zegt @PolitieAssen @paslort

*******************************************************************************************************************************
Ik had ze immers in mijn Twitterpost getagd, dus zat al op een reactie te wachten.

Deze organisatie is een meldpunt waar je als burger kunt klagen over Etnisch Profileren, Micro Agressie of Politiegeweld. Een organisatie waarvan ik dacht dat zij, omdat zij een serieuze gesprekspartner van de Nederlandse politie pretenderen te zijn, een klacht over één van deze drie onderwerpen serieus en met een open instelling beoordelen. Geen vooroordelen of vooringenomen standpunten, maar gewoon de feiten aanschouwen.

Helaas bleek ik ongelijk te hebben. Natuurlijk heeft iedereen zijn eigen gedachten over zaken, zo ook ik . Ik als bijna ex-diender kijk naar een filmpje, zoals mij werd toegezonden, heel anders dan een organisatie als Controle Alt Delete. Van een organisatie als Controle Alt Delete verwacht ik dat zij, juist omdat zij de kloof tussen, bot gezegd Zwart en Wit, willen wegnemen, iedereen, ongeacht welke kleur hij of zij heeft, gelijk behandeld en met een open en ongekleurde blik beoordeeld. Dat je naar alle feiten en omstandigheden kijkt, hoor en wederhoor toepast en dan uiteindelijk tot een oordeel komt. Helaas heb ik moeten constateren dat de gedachtegang van Controle Alt Delete hoofdzakelijk Zwart of Wit is, en zij niet in grijstinten kan of wilt denken.

Na het berichtje ontstond er een discussie waarvan ik het idee had dat alle vormen van toenadering tot elkaar werden teniet werden gedaan door een halsstarrige houden van Controle Alt Delete. Het meest vreemde aan hun betoog vond ik dat zei de aanleiding, feiten en omstandigheden die hebben geleid tot de aanhouding van deze man, alleen willen beoordelen op de gemaakte beelden. Wat er vooraf gaat, voor men met filmen is begonnen, is niet belangrijk en niet ter zake dienende vindt men! De politie is fout, punt uit. Dat meneer niet mee wilt werken is de schuld van de politie, punt uit. Dat meneer zich verzet tegen zijn aanhouding, is niet de man zijn schuld maar die van de politie. Dat feitelijke onjuistheden over de aanhouding op hun site, zijn bij het schrijven van deze blog, nog steeds niet zijn aangepast.

Natuurlijk kon deze casus anders en beter. Wat zich precies heeft afgespeeld voor dat de video startte weet ik niet en doe daar dan ook geen uitspraken over, simpelweg omdat ik het gewoonweg niet weet. Dit zal uit verbalen van de aanhouding en het verhoor van de man moeten blijken.

Ik wens ook een samenleving die voor iedereen gelijk is. Ik wens ook een politieapparaat die er voor iedere burger in Nederland is. Om dit te bereiken moeten we naar elkaar luisteren en soms over onze eigen schaduw heen stappen om dit te bereiken. Wanneer zetten jullie die stap Controle Alt Delete, want alleen uitgaan van je eigen gelijk en niet willen luisteren naar anderen zorgt voor patstellingen.

Wat zou het toch fijn zijn als we echt eens naar elkaar gingen luisteren!

(Etnisch) Profileren

De laatste dagen overdenk ik mijn carrière bij de politie. De politie komt de laatste tijd vaak niet zo best in het nieuws, of althans de negatieve zaken voeren vaak de boven toon en ik vraag mij dan ook af hoe heb ik het als agent gedaan, heb ik mij schuldig gemaakt aan bijvoorbeeld etnisch profileren!

Met stelligheid kan ik zeggen dat ook ik in mijn werk me regelmatig heb laten leiden door te profileren, ik laat bewust het woordje etnisch weg,  omdat je bij opsporing van misstanden en criminele activiteiten je altijd een bepaald profiel van een mogelijke dader voor ogen hebt. Jaren lange ervaring met crimineel gedrag, in mijn geval zo’n 23 jaar, laat je ook op deze manier naar mensen kijken op straat.

Bij iedere soort van overlast of criminaliteit past een bepaald soort persoon. Iedere wijk heeft zo zijn eigen problemen met bijvoorbeeld overlast van asociaal verkeersgedrag, drank, geweld, drugs, inbraken of vernielingen. Als je lang in zo’n wijk werkt dan weet je als agent op wie je moet letten bij bepaalde problematiek. Zelf heb ik jaren in Barendrecht gewerkt, toen ik daar startte als agent nog niet zo’n groot dorp. Als agent was ik daar redelijk vrij in mijn dienst invullen en ik hield me veel bezig met de plaatselijke jeugd. Na enkele jaren tussen de jeugd gelopen te hebben wist ik dat als er een vernieling was gepleegd, ik de daders moest zoeken tussen de autochtone jeugd, jongeren met een allochtone afkomst deden dit niet. Gebruikers van speed, heroïne en cocaïne was ook meer een ding van de autochtone jeugd, de handel daarin was hoofdzakelijk in handen van de allochtone jeugd.

Als wij een inbraakgolf hadden, dan wisten we dat dit vaak door criminelen van buiten het dorp gepleegd werden. Junkies uit Rotterdam of Oost-Europeanen die even een paar nachten achter elkaar de boel kwamen leegroven.

Na verloop van tijd werd ik te werk gesteld aan het bureau van politie Zuidplein in Rotterdam. Ik belandde in een hele andere wereld, een wereld van heel veel drugs gerelateerd geweld. Vele schiet en steekpartijen met vele slachtoffers passeerde de revue. Veel druggebruikers heb ik zien vechten om te overleven deze groep bestond uit een bond gezelschap aan culturen en nationaliteiten, de dealers en drugsbazen, ik kan het niet mooier maken, waren vaak van allochtone afkomst. Als agent ga je, als je zoveel meemaakt in deze absurde drugswereld denken dat alle mensen uit deze landen zo zijn. Marianne van der Anker, oud politicus van Leefbaar Rotterdam, had hier een hele mooie benaming voor “Beroepsdeformatie”.

Beroepsdeformatie treed op als je net als mij te lang met alleen maar het slechte deel van een bevolkingsgroep te maken hebt en niet meer het positieve en mooie van het overgrote andere deel van deze groep kan zien. Dit ga je ook terug zien in je handelen op straat. Soms te kortaf of zelfs onredelijk kunnen zijn in je optreden. Toen ik hoorde van Beroepsdeformatie ben ik daar extra op gaan letten en heb mijn optreden daarop aan kunnen passen. Maar het profileren ben ik blijven doen, want daar vang je toch echt boeven mee.

Zijn er groepen die meer gecontroleerd worden door de politie? Ja dat denk ik wel, maar dat is in iedere wijk of dorp anders. In de haven of op verlaten industrieterreinen op vrijdag- en zaterdagavonden worden meer snelle auto’s met jongens van rond de 20, vaak blank en met een baseballcap op langs de kant gezet, omdat er door dit type jongeren vaak aan straatraces wordt deelgenomen. Groepen jongeren van onder de achttien die hangen in een park worden vaker gecontroleerd op drankbezit. Automobilisten met een Oost-Europees kenteken worden vaker op rijden onder invloed gecontroleerd dan anderen. Marokkaanse jongens die rijden in een dure huur- of leaseauto en dan praat ik over een weekhuur van 500 Euro, in een wijk die gedomineerd wordt door drugsoverlast, worden inderdaad vaker gecontroleerd dan anderen. Dat er in deze voorbeelden ook mensen worden gecontroleerd die niets verkeerd hebben gedaan komt natuurlijk ook regelmatig voor.

De organisatie Controle Alt Delete zet zich in tegen het etnisch profileren door de Nationale Politie en heeft daar een rapport over uitgebracht https://controlealtdelete.nl/files/2017-12/1513073975_controle-alt-delete-rapport-kies-een-kant-2017.pdf . Ik heb het hele rapport gelezen en herken zaken die ook ikzelf in de praktijk, hoewel dit al vijf jaar geleden is, heb meegemaakt of heb gedaan.

Ja, er wordt door de politie naar uiterlijk gekeken. Ja, sommige personen vallen in een bepaalde categorie en ja niet alle gecontroleerde personen zijn crimineel.

Kan het beter, natuurlijk kan het beter. Laten we eerst eens beginnen met het woord etnisch weg te laten in etnisch profileren. Het is niet leuk om iedere keer te worden weggestuurd door de politie als je lekker in het park zit met je vrienden omdat anderen voor overlast zorgen. Nee, het is niet fijn om met je Poolse kenteken weer een blaastest te moeten afleggen, omdat heel veel landgenoten van je hier al voor rijden onder invloed zijn gepakt en jij geen druppel drinkt. Nee het is niet fijn als je als advocaat, arts of geslaagde zakenman met Marokkaanse, Turkse of Caribische ouders in je zuurverdiende lease Mercedes AMG of Porsche Cayenne voor de zoveelste keer je papieren en je id moet laten zien! Weet dat het niet persoonlijk tegen jou gericht is. Dat de politie er niet op uit is om je te jennen en te zieken, maar probeert onze maatschappij leefbaar en veilig te houden voor ons allemaal.

Mocht je een dezer dagen worden staande gehouden door de politie, om wat voor reden dan ook, ga dan eens een leuk gesprek aan met een agent. Het zijn echt net mensen!

Enjoy this blog? Please spread the word :)