Toen ik solliciteerde om politieagent te worden was ik vijfentwintig jaar oud. Ik was mij bewust van het feit dat een baan bij de politie gevaren met zich mee bracht, maar mijn drive om wat voor onze maatschappij te betekenen was zo sterk dat ik dat risico wilde nemen.

In de opleiding tot agent werd meer dan voldoende aandacht besteed aan zelfverdediging, aanhoudingstechnieken en de schietopleiding. Toen ik in juli 1996 werd geplaatst in Barendrecht was ik dan ook van overtuigd dat ik mijn mannetje kon staan als het erop aan zou komen.

Gaande weg de eerste maanden rees er een volgende vraag. “Hoe ga ik reageren op mijn eerste dode persoon?” , die er zeker zou gaan komen! Het werd een soort van competitie met een collega van me die een maand of twee eerder van de opleiding was gekomen en hier ook nog niet mee te maken had gehad. We baalde ervan als we er achter kwamen dat in de tijd dat wij vrij waren er een lijkvinding was geweest en wij deze gemist hadden.

Na enkele maanden was het dan zover, ik kreeg mijn eerste lijkvinding! Details zal ik u besparen, maar spannend vond ik het wel. Dat je niet kon praten over je gevoel en dat je gewoon weer verder moest zonder echt uit te kunnen spreken hoe je je voelde leerde ik ook die dag. De dood hoort bij het vak, net als een kop koffie bij het begin van de dienst. Er bestond toen nog geen opvang na een schokkend incident en verwerkte je alles wat je meemaakte op een manier waarvan je dacht dat het goed voor je was. In mijn geval was dat zwarte humor. Niet door iedereen aan het bureau gewaardeerd, maar voor mij werkte deze manier van “Verwerken”!

Rond de eeuwwisseling werd ons district samen gevoegd met die van Rotterdam Zuidplein en ik moest uit mijn vertrouwde dorp weg om in één van de heftigste wijken van Rotterdam mijn werk te gaan doen. Ik herinner mijn eerste dienst aan dit bureau nog goed, ik trof mijn eerste vuurwapen slachtoffer. In de wijken op Zuid waren dit “Normale”, meldingen en ook hier hield mijn zwarte humor mij op de been, althans dat heb ik een tijd lang gedacht! Na enkele jaren, vele slachtoffer van geweld werd ik getroffen door een zware Burnout, of was er toen al spraken van PTSS!

Ik krabbelde zo goed en kwaad als het ging weer op en ging op dezelfde voet verder, er was niemand die tegen mij zei dat het anders moest. Men vond de clown Jacco wel leuk en ik vermaakte iedereen wel met mijn galgenhumor!

In 2007 werd ik aangenomen bij de verkeerspolitie in Rotterdam, een bewuste keuze, omdat mijn kinderen op een bekeuringsgerechtigde leeftijd kwamen en zo ook hun vriendjes. Als pa één van deze vriendjes een bon gaf, dan kregen mijn kinderen daar last mee, we woonden immers op hetzelfde dorp als waar ik veel werkte. Het was dus tijd om te verkassen.

Het werk bij de verkeerspolitie trok mij wel, begeleidingen van het koningshuis, verkeerscontroles, videosurveillance, begeleiden van spelers en supporters van vele nationale als internationale voetbalclubs en hele dagen op de motor surveilleren. Zo nu en dan reden we een spoedtransport en wat was dat geweldig om te doen! Het begeleiden van een ambulance naar een ziekenhuis door een haag van collega’s die alle kruisingen op onze route voor ons hadden afgezet!

Mijn eerste jaar bij de verkeerspolitie sloot ik af zonder ook maar één dag ziek te zijn geweest. Het werk voelde als stressvrij en ik kwam het eerste jaar 12 kilo in gewicht aan. Dat was geen probleem, want van 67,5 kilo naar bijna 80 kilo is voor iemand van 1,79 meter niet schokkend!

In 2008 werd besloten dat de verkeerspolitie in Rotterdam alle aanrijdingen met letsel en dodelijke afloop in de gehele regio moesten gaan afhandelen. Als selecteurs reden wij in een mooi opgetuigde bus van aanrijding naar aanrijding de gehele regio door. Ter plaatse was aan ons de taak om vast te stellen of het letsel langer dan zes weken zou duren om te genezen, was dat het geval dan namen wij het opnemen van de aanrijding van de collega’s uit het district over. Hoeveel keer ik vanaf die tijd op de spoedeisende eerste hulp van een ziekenhuis ben geweest is niet meer te tellen, ook de keren dat ik aanwezig ben geweest voor een schouw van een lichaam in het mortuarium zijn bijna niet meer te tellen.

Welke impact dit op mijn geestelijke gezondheid had wil ik nu niet te diep op ingaan, omdat er dan teveel beelden uit die tijd naar boven komen, beelden die ik liever zo diep mogelijk weg wil stoppen.

Na een melding werden wij gebeld door het Team Collegiale Opvang of ze kwamen aan het bureau. Er werd dan gevraagd hoe het met je ging, als je meldde dat het goed met je ging en de aanrijding je niets deed, dan was daarmee de kous en kon je weer verder met je werkdag. Bij de verkeerspolitie was praten over je gevoel al helemaal not done! Het werd gezien als zwakte en als je toch aangaf dat een melding je niet lekker zat dan was een veel gehoorde opmerking “Je kan altijd nog dameskapper worden hoor!”  dus hield je maar je mond.

In maart 2013 werd ik door de realiteit ingehaald en viel uit, nu niet met een burnout maar met werkgerelateerde PTSS!

Hadden mijn chefs en mijn collega’s kunnen merken aan mij dat het het steeds slechter met me ging? Hoewel ik tot mijn laatste werkdag de clown bleef spelen, hadden zeker mijn chefs kunnen opmerken dat ik niet meer de Jacco was van voor 2008. Ik ben van huis uit een volger en deed wat me werd opgedragen. In mijn laatste jaar ging ik steeds meer de confrontatie zoeken met mijn chefs, om de kleinste dingen kon ik boos worden. Ik meldde mij steeds vaker ziek voor kleine dingen en probeerde mij zoveel mogelijk te onttrekken aan het werk van selecteur van aanrijdingen! Als het maar even kon schoof ik zaken af naar anderen, ik kon het gewoonweg niet meer verwerken!

Had mijn ziek worden voorkomen kunnen worden? Daar durf ik eigenlijk geen antwoord op te geven. Ik zie wel dat als ik naar lotgenoten kijk, wij allemaal een zelfde type mens zijn. We zijn loyaal, kunnen geen nee zeggen en doen nooit een stap terug! Voor de Nationale politie zijn wij de perfecte dienders. Vraag ons om te springen en wij vragen hoe hoog!

Wat ik wel weet is dat ik, achteraf gezien, meer behoefte had gehad aan aandacht van het  TCO, niet direct na een aanrijding, maar één of twee dagen later. “Hoe was je nacht? Ben je er nog mee bezig geweest?” zijn de vragen die ik had gewild dat ze me gesteld waren. Dat ik mij vrij had gevoeld om mijn echte gevoel bij de psycholoog, waar wij ieder jaar een uurtje heen mochten, had durven uiten. Helaas was het gevoel dat wij daar vrij uit konden praten ernstig beschadigd, doordat gesprekken herleidbaar naar collega’s in een rapport op de koffietafel waren komen te liggen.

En als laatste punt is misschien wel het meest cruciale punt, kan je een groep van nog geen vijftig man/vrouw alle aanrijding met letsel in de hele regio laten behandelen! Gemiddeld zijn dit 400 ernstige aanrijdingen in een jaar waarvan gemiddeld 10% overlijden door de aanrijding. Of moeten we weer terug naar de situatie van voor 2008, waar de last van dit zelfde aantal aanrijdingen werd verdeeld gaat over de gehele regio, zo’n 3500 man/vrouw! Ik begrijp als ik dit zeg ook, dat de kwaliteit van de proces-verbalen dan ook weer hard achteruit zal hollen en er dan soms ook helemaal niets op papier gezet gaat worden en dat daar slachtoffers dan weer de dupe van worden! Dit is ook de reden geweest waarom de verkeerspolitie dit toen der tijd op zich is gaan nemen.

Het doet mij pijn om te zien dat met mij in 2013 nog zes collega’s  van de verkeerspolitie met PTSS zijn uitgevallen! Ook het feit dat het ziekte verzuim heden ten dage nog steeds met gemiddeld 10,2% de hoogste van de regio is doet mij zeer. Het zegt veel over de zwaarte over het werk wat wij hebben gedaan, werk waar wij niet voor hebben gekozen tijdens onze sollicitatie bij de verkeerspolitie, maar er als extraatje bijkwam in 2008!

Er moet worden nagedacht over hoe de collega’s die nog iedere dag van zware aanrijding naar zware aanrijding rijden, psychisch het beste kunnen worden ontlast en bijgestaan. Een maximale plaatsingstermijn van vijf jaar lijkt mij het meest logische, maar door opleidingskosten van meer dan 100.000 euro per diender lijkt dit qua bedrijfsvoering, financieel niet het meest logische om te doen! Ondervang dit dan met een diepgaand psychologisch onderzoek na vijf jaar dienstdoen bij de verkeerspolitie. Aan de hand van dit onderzoek kan men beslissen of je het nog aankan of beter terug kan het district in.

Ik heb begrepen dat de vrijheid om over je gevoel te praten steeds meer geaccepteerd wordt bij de verkeerspolitie, een goede ontwikkeling. Ik hoop van harte dat deze stijgende lijn zich blijft voortzetten en veel meer collega’s bespaart blijven van een PTSS!